2016-02 ECIW studiegroep reflectie




Werkboek lessen


Reflectie

Ik maak me zorgen over mijn rol als facilitator van de online studiegroep voor Een Cursus in Wonderen.

 

Ik ben bang dat ik niks toe voeg. Ik ben bang dat ik studenten met mijn bijdragen verjaag. Ik ben bang dat ik in mijn begeleiding fouten maak. Ik ben bang dat ik iets doe wat niet mag. Ik ben bang dat ik studenten niet behulpzaam ben. Ik ben bang dat ik dit niet kan.

 

Die gedachte is een aanval op mezelf.

 

Dit is de laatste les en oefening van dit studieblok. Een goede oefening meteen, maar tevens ook een goed moment om nog even terug te gaan naar de inleiding van het tekstboek van Een Cursus in Wonderen en wel naar het volgende stuk:

De cursus beoogt niet de betekenis van liefde te onderwijzen, want dat gaat wat onderwezen kan worden te boven. Hij beoogt echter wel de blokkades weg te nemen voor het bewustzijn van de aanwezigheid van liefde, die jouw natuurlijk erfgoed is. Het tegendeel van liefde is angst, maar wat alomvattend is kent geen tegendeel.

Dit doel van een Cursus in Wonderen staat natuurlijk volledig haaks op het Ego-leren. Want het Ego wil duidelijkheid en resultaat. Het wil weten wat het zal ontvangen, voordat het ergens aan begint. Als de student dan start aan deze cursus, dan zal het hem snel duidelijk worden dat het Ego deze cursus dus ook helemaal niet leuk vindt.

 

Zijn ongenoegen wordt ook al snel duidelijk in dit studieblok, waarin de student allereerst alle betekenis wordt ontnomen.

 

 

Mijn ego wil koste wat kost betekenis aan deze wereld geven anders raakt hij in paniek. Maar wat betekent dat voor liefde?

 

Met mijn hoofd besef ik dat een betekenisloze wereld niets is. Als ik dat bedenk dan rijst de vraag. wat doe ik dan hier, als er toch geen enkele betekenis is in wat ik zie of wat ik denk, als ik alleen voortdurend in het verleden leef en denk.

 

Als God geen betekenisloze wereld heeft geschapen, wie dan wel? Ons ego dus, in onze droom van afscheiding. In hoeverre ben ik dan toch verantwoordelijk?

 

Daarop volgend wordt hij gewezen op zijn eigen verantwoordelijkheid voor zijn denken en zien om dan te moeten horen dat hij nu slechts steeds een vorm van wraak ziet. Dat deze lessen het Ego totaal niet zinnen, wordt wel duidelijk uit de reacties.

 

Deze gedachte over deze comment is geen neutrale gedachte. Ik merk dan dat ik dat liever niet erken. Vrijwel direct lijkt ik met een vorm van verdriet vol te schieten.

 

Opvallend genoeg Ronald, roept jouw reactie angst bij mij op, in de zin van: alles wat ik denk en zeg heeft gevolgen, ik kan niet neutraal zijn. Krijg het gevoel dat ik uit moet kijken voor wat ik denk en uit, want het kan gevolgen hebben die ik niet overzie.

 

Ik ben boos...niet op iemand specifiek....maar gewoon....ik voel woede...

 

Ik ben vastbesloten om te zien waarom ik de afgelopen dagen zo in de war ben. Ik kan niet meer lezen of helder nadenken. Het lijkt alsof iedere oefening de verwarring vergroot.

 

ben ik de laatste dagen erg verward.
De oefeningen veroorzaakten die, of leken die verwarring te veroorzaken.
Zodanig dat ik het ook niet kon verwoorden. Althans op de momenten dat ik het probeerde raakte ik vast in mijn eigen woorden.

 

Ik stap net uit de achtbaan en aan jullie mails te zien zijn we elkaar soms even tegengekomen. De verwarring leidde aanvankelijk tot boosheid op mezelf maar vooral op God. 

 

 

Ontmoedigend? Voor het Ego zeker, op het moment dat de studenten toch een grote veerkracht laten zien.

 

Ik ben vastbesloten om mijn woede anders te zien.....
Ik ben vastbesloten om mijn verdriet anders te zien....

 

Ik ben vastbesloten mijn verwarring en boosheid op God anders te zien.

 

Ik ben vastbesloten om gebeurtenissen (kat die weer begint te spugen, ondanks dieetvoer, vers voer. vocht dat steeds erger ophoopt in voeten en benen, waardoor ik niet kan doen wat ik zou willen doen, ribben en rug die dwars zitten waardoor ik mijn benen niet omhoog kan leggen) anders te zien.
Als ik het kan ervaren en accepteren als iets dat nu eenmaal gebeurt, zal het mij niet meer belasten, zal er geen gevoel van onmacht en boosheid ontstaan.

 

En dat ondanks dat het Ego zo reageert.

 

Deze oefeningen roepen nare gevoelens op. Mijn ego staat te juichen:" eigen schuld dikke bult dan moet je je maar niet bezighouden met zo'n rare cursus."

 

Ik voel me bijzonder verdrietig. Waarom zou iemand wraak willen nemen?
Waarom moet mijn kat zo ziek zijn? Waarom zou ik wraak willen? Leven we in een wraakzuchtige wereld?

 

Waar de oefeningen begin van de week leidde naar een gevoel van woede, kwam ik gisteren met de oefening uit in een gebied van enorme onrust.

 

Zou het angst voor mijzelf zijn dat er nog veel meer aanvalsgedachten uit de put komen en mij overspoelen?

 

Wat doe ik verkeerd..

In deze duistere put van woede, angst, verwarring en onrust komt de cursus dan te hulp met het gegeven. Ik zie niet wat mijn hoogste belang is. Het is duidelijk dat hiermee de studenten weer meer inzicht wordt gegeven.

 

Ik zie niet wat in mijn hoogste belang is wordt mij vooral duidelijk als ik in de oefeningen bezig ben met mijn persoonlijke en maatschappelijke conflicten. Ik betrap me erop dat ik geneigd ben te denken in vijanden, de goede en de kwade, waardoor ik afscheiding stimuleer, de een als superieur boven de ander beschouw..

 

Een oude worsteling komt boven. 

 

Vanochtend kwam ik uit bij een dieper besef van het gegeven dat alles wat ik hier ervaar slechts een gevolg is......

 

Toen ik net voor de vierde keer 2 minuten de oefening deed merkte ik dat ik het met gevoel kon doen en me kon voorstellen dat ik van niets weet waartoe het dient. Zo klinkt het eenvoudig maar het was echt een bevalling.

Dan wordt het bij de laatste les van dit studieblok even stil.

 

Mijn aanvalsgedachten zijn een aanval op mijn onkwetsbaarheid.

 

Nu geeft de stilte die ik normaal in blijdschap zou begroeten, aanleiding tot mijn vertwijfeling. Was mijn laatste comment verkeerd. Ben ik een stap te ver gegaan. Heb ik nu iedereen weg gejaagd. Voldoende gedachten in ieder geval om ook meteen praktisch te gebruiken in deze laatste oefening.

 

De schatkamer van het Ego

 

Onze schatkamer ligt in de Hemel. En zolang wij ons daar niet bewust van zijn, worden alle daarin opgeslagen gaven die ons door God geschonken zijn, door de Heilige Geest veilig bewaard en schoon gehouden.

 

Toch kan ik niet anders dan stellen dat zich in onze duisternis ook een schatkamer bevindt. Dit is de schatkamer van het Ego en het mag duidelijk zijn dat haar inhoud volledig tegengesteld is aan onze hemelse schatten. Want in deze schatkamer bewaard het Ego onze angsten. Zij zijn zijn meest waardevolle bezit.

 

Het is onze angst voor deze duisternis, waarmee wij macht aan het Ego geven. En als wij dan met de lessen van Een Cursus in Wonderen ons in de richting van deze schatkamer begeven, dan deinst het Ego ook niet terug om vrijwel direct zijn soldaten in te zetten. Woede, verdriet en verwarring treden ons dan ook tegemoet als wij de deur steeds meer naderen.

Maar daar op die weg verschijnt voor mij opeens een inzicht dat ik hier als laatste benoemen wil. Ik heb ooit geschreven dat er in mij een deur was met daarop een groot bord.

 

Verboden toegang.

 

Ik heb die deur vanuit mijn opvoeding aan God verbonden. Zo heb ik mij een beeld gegeven dat achter die deur de toegang tot de hemel ligt, om dan steeds te moeten merken dat als ik haar naderde, ik in een angst terecht kwam dat ik op zou gaan in het niets.

Lang heb ik gepoogd mij zelf te overtuigen, dat dit zeker niet gebeuren zou. Dit overtuigen hielp mij niks, de angst bleef, ondanks alle oefening.

 

Maar dan opeens mag ik vandaag zien dat deze deur niet toegang geeft tot de hemel en tot God. Nee, dit is de deur van de schatkamer van het Ego. En dan kan ik nu slechts stellen dat ik mijn gevoel - het opgaan in het niets - vertrouwen mag. Want achter deze deur is werkelijk niets.

 

God heeft geen deur geplaatst om zich achter te verbergen.

 

Wij hebben een deur gemaakt met een groot bord erop met de tekst Verboden toegang.

Voor het Ego is dit logisch en volledig terecht, aangezien wij - indien wij zouden zien dat het Ego in werkelijkheid geen schat bezit - niet langer meer voor de waarheid zouden vluchten.

 

Het tegendeel van liefde is angst, maar wat alomvattend is kent geen tegendeel.

 

Is deze zin begrepen en de dwaling eenmaal doorzien. Dan hoef ik geen deur meer te zoeken. Ik hoef God niet meer te zoeken. Ik kan blijven waar ik ben, want het gegeven is.

 

 

 

Liefde doet onmiddellijk haar intrede in iedere denkgeest die haar oprecht verlangt, maar hij moet haar wel oprechts verlangen.

T.4.III.4:7


Niet voor niks dus dat ik vandaag mag zeggen:

 

Ik wil niets liever dan zien.

 

Ronald van Gigch