2016-03 ECIW studiegroep reflectie




Werkboek lessen


Miracles in Contact ontmoetingszondag 7 februari 2016

 

Ernestine Martens - Wonderen genezen

 

Wonderen genezen, zo leert Een cursus in wonderen ons. Cursus studenten weten dat deze wonderen de denkgeest genezen en niet het lichaam, zoals de Bijbelse wonderen uit het Nieuwe Testament. De Cursus is er op gericht onze denkgeest weer gezond te maken. Het is onmogelijk voor ons, en ook niet gewenst, om ons lichamelijk bestaan hier te ontkennen. Lichamelijke klachten kunnen ons behoorlijk afleiden van ons werk met de Cursus. Deze vertelt ons dat “lichamelijke ziekte de weerslag is van ons geloof in magie.” (T2.IV.2:7) En: “Elk stoffelijk middel dat je als remedie tegen lichamelijke kwalen aanvaardt is een herbevestiging van magische beginselen”. (T2.IV.4:1). Je zou er een schuldgevoel van krijgen…. En dat is natuurlijk niet Jezus’ bedoeling.


Reflectie

 Ik ben vastbesloten om ieder half uur te herhalen:" Ik wil niets liever dan zien".

 

 Ja, dit studieblok richt zich op onze visie. En nadat het ego zich de afgelopen keer danig heeft geweerd, is het nu aan de student om zijn wil te tonen. Of beter gezegd, om te leren wat zijn wil is. Uiteindelijk zal zijn keuze in zijn waarneming tot uitdrukking komen.

 

Natuurlijk kijkt de student uit naar deze visie.

 

Ik vind dit een plezierige oefening en word er blij en vrolijk van.

 

Toch zal - wat blijkt - dit oefenstuk al snel vele vragen op gaan roepen.

 

Ik heb steeds begrepen dat volgens de Cursus God geen weet heeft van deze wereld omdat deze wereld niet bestaat, maar een droom is. Hoe kan hij dan zijn in alles wat ik zie?

 

Wat ik wil zien, is er ook.
Betekent dit, dat ik als ik een gezonde actieve kat in mijn denkgeest ervaar, ik dat ook zal zien?
Als ik in mijn denkgeest, een gezond actief lichaam ervaar, ik dat ook zal zien?

 

Deze oefening maakt mij heel bescheiden en tegelijk heel nieuwsgierig: is het echt mogelijk dat ik God in alle dingen kan zien?

 

En brengt ons terug in onze herinnering met beelden en verhalen of vaak slechts het gevoel wat er nog van over is.

 

Het wekt een gevoel van ongenoegen......wat als ik dat niet direct onderdruk....maar toelaat....om er in te kijken....mij brengt in een grote razernij...wat een woede huist hier in mij.....

 

Het doet mij denken aan mijn kindertijd en begin puberteit toen ik een sterke band had met God en hem in alles zag.

 

En soms uit deze herinnering zich ook in twijfels.

 

Misschien durf ik het niet te geloven, uit angst dat dit bij mij niet zo werkt. Of dat ik niet begrijp waar ik mee bezig ben en het helemaal foutief doe

 

Daar in die herinnering van beelden, gevoelens, twijfels, vragen komt de Cursus dan opeens met de volgende oefening.

 

31. Ik ben niet het slachtoffer van de wereld die ik zie

 

Dat ik de wereld ook in mij draag....houd ik toch nog steeds...liever verborgen...

 

Maar hoe kijk ik bijvoorbeeld aan tegen mensen die voor hun leven moeten vluchten..........???????

 

Dat slachtofferschap wordt uiteindelijk onmogelijk gemaakt zoals ook de oefening van vandaag toont. Maar wat dan...vooral op de punten zoals jij die ook benoemd...de grote strijd, het grote lijden, de grote onmacht....

 

Ik voel dat dus anders, waarschijnlijk omdat ik iets zo ver weg heb gestopt dat ik het nooit meer wil zien.

 

Om dan tegen de student te zeggen dat hij de wereld die hij ziet heeft bedacht.

De student wordt zo gewezen op het gegeven dat hij zelf de oorzaak is van de wereld die hij ziet om hem dan de volgende keuze te bieden.

 

33. Er is een andere manier om naar de wereld te kijken

 

En dat vervolgens verwoord in de uitnodiging om in plaats hiervan vrede te kunnen zien.

 

Uitnodigend, maar als die vrede daarop volgend wordt gekoppeld aan het woord heiligheid, dan klinkt die uitnodiging opeens een stuk anders.

 

Maar het lukt mij nog niet zonder stotteren en zonder weerstand te zeggen dat mijn denkgeest deel van Die van God is en dat ik heel heilig ben. Die visie is duidelijk nog een station te ver;

 

Het kost mij weer moeite om uit te spreken: mijn heiligheid omsluit alles wat ik zie. Het voelt aan als arrogantie en ik wil mij daar graag overheen zetten.

 

Deze cursus is voor mij echt een training in het overwinnen van weerstanden.

 

Ik herken de moeite om uit te spreken dat ik heilig ben. Heilig betekent voor mij niet meer of minder dan heel zijn. Wat moeite kost is de betekenis die velen eraan geven, verheven zijn of zoiets. En dat terwijl we allemaal in al onze verscheidenheid hetzelfde zijn.

 

De eigen heiligheid aanvaarden is voorwaar een struikelblok.

Niet wetende wat het is dat ik accepteer of aanvaard houd ik het liever toch verborgen tot dat ik het begrijp.

 

Het lukt mij niet deze oefening te doen. Om de een of andere reden word ik boos, verdrietig en voel ik me machteloos. Ik ervaar het als te moeilijk, te ingewikkeld en voel me stom. Kom in opstand tegen de cursus. Hoewel ik weet dat mijn ego nu spreekt en ik probeer me niet te identificeren kom ik er niet doorheen.

 

Ik snak naar verlossing van dit ego maar als ik herhaaldelijk uitspreek dat mijn heiligheid mijn verlossing is dan ontplof ik bijna. Dit is geen leuke opmerking maar ik ben wel eerlijk op dit moment.

 

De student verkeert hier duidelijk in een worsteling. Toch is dit de plek waar het allemaal gebeurd. We zijn de oorzaak, de plaats waar het probleem en de oplossing samen komen dicht genaderd. Een dus biedt de Cursus daar waar het nog duister is ook meteen hulp.

 

 39. Mijn heiligheid is mijn verlossing

 

Zo nodigt de Cursus de student uit om in dit duister te kijken en zicht te krijgen op hetgeen hij daar (liever) verborgen houdt.

 

Waar ik nog worstel met vergeving, zag ik in dat ik mijn schuldgevoel steeds onderdruk. Moeilijk om te verwoorden, maar het zit in de hoek van dat ik het onderdruk, omdat ik niet weet hoe ik er verantwoordelijkheid voor moet nemen of misschien wel liever, dat ik niet weet waar ik verantwoordelijkheid voor neem als ik mijn schuldgevoel ook aanvaard.

 

Heb net een uur gemediteerd en kom tot de ontdekking dat ik in een soort autoriteitsconflict met God zit. Hij is groot en almachtig, weet alles, heeft altijd gelijk en ik ben klein en zit altijd verkeerd. 

 

Zowel bij de oefening van gisteren als van die van vandaag, voel ik overgave.
Overgave aan dat wat ik ben. Mijn heiligheid is mijn verlossing.

 

Ben gisteren zo diep mogelijk gegaan wetende dat ik beter al mijn gedachten en gevoelens in het licht kan zetten dan ze ondergronds te laten gaan. Uiteindelijk heb ik ze kunnen overdragen aan de heilige Geest. Vanmorgen ontdekte ik dat ik veel rustiger was en de les van vandaag kon toelaten

 

Waarop dit studieblok - met recht - wordt afgesloten met de les.

 

40. Ik ben als Zoon van God gezegend

 

Ja, ik ben als Zoon van God gezegend, wij zijn als zonen van God gezegend.

 

Dit is ons erfgoed, de schat die nooit verdwenen was, doch door een ieder diep werd verborgen en afgedekt met lagen van schuld en angst.

 

Waarom?

 

Dat is een vraag die alleen vanuit het ego-denken wordt gesteld. Toch zal die vraag op de achtergrond nog wel even blijven spelen. Maar hij kan ook snel worden vergeten als je in dit oefenblok weer even thuis bent geweest en dan leest dat je je weg mag vervolgen met de volgende woorden.

 

God vergezelt me, waar ik ook ga.

 

De uitnodiging om in deze woorden weg te zakken is zo krachtig dat er op dit moment geen grote wens is om nog langer terug te kijken.

 

Even mag elke hou vast worden los gelaten. Even ontbreekt elke zin die anders luidt dan deze.

 

Ik wens jullie een liefdevolle thuiskomst.

 

Ronald van Gigch