2016-15 ECIW studiegroep reflectie




Werkboek lessen


Reflectie

Er zal twijfel komen, om dan weer te gaan en dan weer terug te komen. Zo staat in De Cursus geschreven dat de weg naar vrijheid - in beleving - niet van zelf zal gaan. Je treft nog steeds obstakels aan, stuit nog steeds op teleurstellingen, die slechts een weerspiegeling zijn van je verwachtingen over hoe deze weg zou moeten gaan.

 

Maar natuurlijk blijft het gegeven, dat er in werkelijkheid geen weg is. De bestemming ben jij Zelf. Niets hoef jij te doen, of op te geven, geen stap hoef je te zetten om daar te komen waar jij werkelijk bent. Toch valt dat niets doen, af en toe flink tegen.

 

Zo komt er twijfel, teleurstelling, weerstand, keer op keer, als ik toch weer betekenis geef aan wat ik waarneem, wat er zoal om mij heen gebeurd. Twijfel komt omdat ik nog niet snap wat er zo gaande is. Ik ben op weg naar vrede en verwacht dat ik van start tot finish alleen nog maar op vrede stuit. Dat de wereld ondertussen alleen nog maar gruwelijker lijkt te worden, past niet in die verwachting. Teleurstelling volgt daarop als ik dan zie dat ik blijkbaar niet in staat ben om die gruwelijkheden te beïnvloeden. Ik doe nu al zolang deze oefening, ben al zolang onderweg, en toch ben ik nog steeds niet in staat om al dit gebeuren anders te zien.

 

Maar dan roep ik mij zelf weer even tot orde.

 

Want het is nog steeds gemakkelijk om mijn denkgeest door de gedachten van de wereld, de gedachten van het ego, mee te laten voeren. Maar het is inmiddels ook net zo gemakkelijk geworden om de gedachten gewoon voorbij te laten gaan, stil te blijven staan en weer te ervaren hoe - ondanks al hun weerspiegelde gruwelijkheden - deze gedachten mij niet echt beroeren. Alleen als ik mij mee laat voeren, lijkt dit zo te zijn. Maar stap ik weer naar achteren, dan sta ik meteen al weer in stilte.

 

De comments bij de lessen:

 

196. Ik kan alleen mijzelf maar kruisigen

 

Een confrontatie is het weer....deze les...
Maar zie wel de ontwikkeling....want vandaag weer gevoelig voor pijn die binnen komt zeg ik na een paar keer niet meer....is deze pijn van mij....maar..deze pijn behoort niemand toe...

 

198. Alleen mijn veroordeling verwondt me

 

Het eind van alle dromen....
En ik sta daar....
In gedachten...
Het eind kan hier toch nog niet zijn...
Het verhaal is toch nog niet klaar...
Moet ik niet eerst nog wachten tot dat alles dat mij hier verbindt...
Is afgerond....voorbij gegaan...
Moet ik niet eerst nog iets doen....boeken schrijven...les geven...helen...vergeven...
Moet ik niet eerst nog wachten tot de kinderen zijn opgegroeid...zelfstandig zijn..misschien op eigen benen staan...een eigen woning hebben...
Alles spreekt dit tegen....maar ik geef toch nog steeds aan deze gedachten toe...wordt ondertussen moe van het...wachten....
Toch sta ik ondertussen toe...dat mijn geest zich steeds weer opend...toch lees ik elke keer weer dag na dag de les...want ergens spreekt ook iets mij toe...dat ik ook deze gedachten mag vergeven...
Het leven straalt mij toe...maar ik durf die straling nog niet altijd te weerspiegelen...nog steeds een beetje angstig...nog steeds een beetje twijfel...

 

201. (181) 1. (181) Ik vertrouw mijn broeders, zij zijn één met mij.

 

Het ego spant zich flink in om mijn aandacht te vangen. Maar ik heb geen geloof meer in hem.
Ik vervolg mijn reis met de Heilige Geest. Die zet al hetgeen ik aantref en nog waarneem steeds weer in het zelfde perspectief.
Zijn leiding geeft geen lijden. Hij bevestigd steeds dezelfde zin.
Ik ben zoals God mij geschapen heeft.

 

'S-ochtens lopend van station naar kantoor zie ik hoe ik klaar ben met mij met het verhaal te bemoeien en met de persoon. Ik nodig de Heilige Geest uit om voor mij deze rol te vervullen.
Het is niet zozeer dat ik hem zo niet beleef. Het is meer het besef dat ik geen aandrang meer voel om het vervolg van het verhaal te beïnvloeden.
Ik zie voor het eerst heel helder dat ik hiermee niks opgeef of opoffer.
Ik weet dat ik leef maar ook dat dit leven niks te maken heeft met wat ik beleef.

 

Dat laatste is zo lastig te bevatten.
"Ik weet dat ik leef maar ook dat dit leven niks te maken heeft met wat ik beleef."
Zo lastig om er niet toch invulling aan te geven.

 

202. (182) 1. (182) Ik zal een ogenblik stil zijn en naar huis toe gaan.

 

Het is op zich niet zo moeilijk om in de stilte thuis te komen. Maar daar te blijven terwijl er om je heen van alles gebeurd, beweegt, schreeuwd om aandacht....
Dat blijft nog steeds de grootste uitdaging...om alles gewoon te laten gaan...zonder nog de wil om de beweging pogen te bepalen...
Toch lukt dat wel....maar vraagt nog steeds wel oefening en een groeiend vertrouwen...

 

204. (184) 1. (184) De Naam van God is mijn erfgoed.

 

In de sneltrein van mijn ontwikkeling enige tijd terug werd ik opeens vastgegrepen door de gedachte dat ik zomaar opeens op zou kunnen lossen, opgetild worden naar de hemel om niet meer terug te keren.
Wat zou dat wel niet kunnen betekenen, voor mijn gezin, vrouw en kinderen. Ik kon toen niet verzinnen hoe dat zou moeten gaan zonder dat dit mogelijk voor zou leiden tot pijn en verdriet.
Toch leer ik meer en meer aanvaarden en accepteren dat alles, al wat ik waarneem, niet werkelijk is. Dit is iets wat een ieder uiteindelijk een keer moet doorgaan en staan. Ik kan en hoef niet voor een ander te verzinnen hoe of wanneer dat plaats zal vinden.
Mijn verantwoordelijkheid ligt slechts bij mijn eigen verzoening. Zo ook is mijn angst voor pijn en verdriet bij mijn naasten inmiddels weg gegaan.
Ik richt mij op mijn eigen verlossing die ook slechts mogelijk blijft indien ik alleen die verantwoordelijkheid op mij neem, die ik te dragen heb. Ik hoef mij niet op andermans pad te richten

 

Twijfel, teleurstelling, weerstand is altijd op God gericht. Pas als de denkgeest leert om zich weer te openen, vertrouwen hervindt, zal ook de richting van de twijfel, teleurstelling, weerstand veranderen.

 

En dat is iets om in te zien. Dat er nog wel twijfel, teleurstelling, weerstand is, maar dat die zich nu heeft gericht op het ego. Zolang deze omkering nog niet volledig is, schenkt de denkgeest nog steeds en stuk van zijn vertrouwen aan het ego. Maar nu is zijn twijfel, zijn teleurstelling, zijn weerstand opeens een middel geworden om dat vertrouwen los te wrikken uit dit miskende begrip. Want het ego vraagt niet om vertrouwen. Alleen vergeving is zijn vraag. En die vraag zal komen, keer op keer, totdat mijn vergeving volwaardig is, volgroeid, volledig.

 

Zo blijkt uiteindelijk ook de twijfel die komt en gaat om dan weer terug te komen niks anders dan het stuk in mijn dromen, dat ik nog vergeven kan. De plek waar het nog duister is, het stuk dat ik nog verberg en afgesloten hou. Hier durf ik nog niet los te laten, te vertrouwen.

 

En hier toont zich ook het grote verschil tussen het denksysteem van het ego en het denksysteem van de Heilige Geest. Want waar het ego steeds roept dat ik vooruit moet stappen om vooruit te komen, het onbekende te betreden. Zegt de Heilige Geest steeds. Zet een stap terug.

 

Een gek besef doemt dan weer op. Want waar het ego mij steeds met de rug tegen de muur zet, om zo onomstotelijk aan te tonen dat alleen een stap vooruit echt mogelijk is. Blijkt met hulp van de Heilige Geest, deze muur weer niet onomstotelijk te zijn. En zo wordt met de stap terug, de illusie weer doorbroken. Aangetoond dat het ego geen enkele macht heeft. Waargenomen dat met de stap terug het licht weer wordt gevonden. En elke twijfel weg genomen over de gedachte dat duisternis, werkelijkheid bezit.

 

Ronald van Gigch