2016-16 ECIW studiegroep reflectie




Werkboek lessen


Reflectie

God heeft maar één betekenis: God.

Liefde heeft maar één betekenis: Liefde.

Waarheid heeft maar één betekenis: Waarheid.

Leven heeft maar één betekenis: Leven.

 

Toch probeer ik het allemaal meer te laten betekenen. Voeg dingen toe, haal dingen weg. Ik zoek, probeer, experimenteer hiermee voor even. Om dan uiteindelijk weer in te zien. Dat wat ik doe niets toevoegt of veranderd aan het Éne.

 

Vele inzichten op deze weg zijn bijzonder, in de zin van dat zij specifiek zijn afgestemd op de persoon en de betekenis die hij heeft pogen te geven. Wat voor mij zo helder wordt, vergeven, met inzicht ingevuld, gerealiseerd, is uiteindelijk slechts en stuk van de schil, die verbrijzeld wordt.

 

Het is verleidelijk om op zo een punt van inzicht stil te blijven staan. Het verbrijzelde te onderzoeken. Kijken of het mogelijk is om te begrijpen wat het is of was. Voor heel even doe ik dit. Maar als ik het beet pak voor mijn onderzoek, verbrijzelt het nog meer. Net zo lang totdat ik ook werkelijk aanvaarden kan, dat het niets is dat ik hier achter laat.

 

De comments bij de lessen:

 

212. (192)  Ik heb een functie die God me graag vervullen ziet.

 

Ik ben er uit dat ik er nog niet uit ben.
Maar dat maakt niks uit.

 

214. (194) Ik leg de toekomst in Gods Handen.

 

Geen weerstand meer
Maar het vermogen
Om te volgen
In het volle vertrouwen dat
Ik geborgen ben
Gezekerd op Gods pad

 

216. (196) Ik kan alleen mijzelf maar kruisigen.

 

Hoe vertaal ik dit naar mijn dagelijks leven? Ik zie nog steeds ellende en vraag me af, als ik enkel met mezelf bezig ben, schiet ik dan niet tekort. En toch duid alles in deze cursus erop dat ik eerst met mezelf bezig moet zijn.
Zolang ik het niet zie, kan de wereld die ik zie niet veranderen.
Complex.
Terwijl als ik alles in handen van de Heer leg, de weg zich vanzelf zal wijzen?

 

Sterker nog, dat ik al ben!

 

Het is stil geworden. En al hetgeen dat langs komt om indruk te maken, aandacht te trekken.

Wordt nog wel waargenomen, maar beweegt mij niet meer.

 

Kan dat wel kloppen?

 

Want als ik anderen vertel wat ik zo zie. Dan schrikken zij, uiten zorgen, angst. Dat wij dit medeleven noemen, is eigenlijk onbegrijpelijk. Want wat zij uiten is niet mijn zorg, mijn angst, mijn leven. Maar het is wel aan mij om in te zien dat ik hier zelf om vraag.

 

Omdat ik nog steeds twijfel of het kloppen kan dat ik alleen mijzelf maar kan kruisigen. Of het kloppen kan dat alleen mijn veroordeling me verwondt. Kloppen kan dat ik alleen maar mijn eigen dankbaarheid kan oogsten.

 

Dit is blijkbaar mijn manier om deze lessen van Een Cursus in Wonderen te doen. Het lukt mij niet om elke zin of woord ongecontroleerd toe te laten. Ik toets ze, test ze, net zo lang tot dat al mijn weerstand tegen hun werkelijkheid is opgelost.

 

Het gegeven blijft dat alle blokkades die ik heb opgeworpen niet kunnen worden overwonnen. Ze moeten allemaal worden opgeruimd. Sommigen storten direct ineen als ik ze aan raak. Anderen moeten steen voor steen worden afgebroken.

 

Pas als ik niet meer twijfel. Pas als ik de éne steen niet meer betekenis geef dan de ander. Pas als ik niet meer vraag hoe het kan dat de grote kei even zwaar voelt als de kiezel. Pas dan merk ik. Ze zijn allemaal gelijk.

 

Ronald van Gigch