2016-21 ECIW studiegroep reflectie




Werkboek lessen


Reflectie

Toen ik na anderhalf jaar studieverlof weer op zoek ging naar een baan om in een inkomen te voorzien, startte ik mijn zoektocht met allerlei idealen. Ik kon toch niet meer het werk gaan doen wat ik altijd had gedaan. Ik kon toch ook niet zomaar bij willekeurig welk bedrijf aan de slag. Ik moest toch zoeken naar een bedrijf of instelling die ook het gedachtengoed van Een Cursus in Wonderen in zich droeg.

 

Mijn zoektocht had niet veel succes. Daar waar ik kwam met het beeld dat ik wel passend was, werd ik niet aangenomen. Daar waar ik aangenomen zou kunnen worden, zag ik het niet als passend. Uiteindelijk werd mijn eerste baan één als vrijwilliger bij stichting Miracles in Contact. Ik ben vanuit opleiding en ervaring financieel specialist en dit was nu juist wat de stichting zocht.

 

Kort daarna merkte ik op dat de idealen die ik stelde aan een nieuwe baan, waren verdwenen. Mijn behoefte aan zingeving werd ingevuld met mijn vrijwilligerswerk en niet veel later werd ik dus ook aangenomen op een plek en in een functie, die vrijwel identiek was aan hetgeen, waar ik voorafgaand aan mijn studie, met zoveel moeite, van af was gekomen.

 

De werking van de Cursus toont zich vaak pas achteraf. Want toen een oud-collega, die zich ook op het spirituele ontwikkelpad had begeven, mij een keer vroeg hoe het toch kon dat ik gewoon weer mijn oude werk kon doen. Zei ik zonder daar echt over na te denken. Het is mijn oude werk niet meer. Ja, het kan in vorm het zelfde lijken, maar haar inhoud is nieuw, doordat ik heb geleerd er anders naar te kijken.

 

Met de ontdekking van de werkelijke wereld, gaat dat niet anders. Natuurlijk, als je deze woorden voor de eerste keer leest, dan voelt je denkgeest zich aangespoord om allerlei beelden te bedenken over hoe die wereld er wel niet uit zal zien. De valkuil is dan ook om aan die beelden aandacht te schenken. Zij blokkeren de visie van Christus, die al gegeven is, maar niet kan worden ontvangen, doordat de denkgeest nu een zoektocht start naar de bewijzen dat, wat hij heeft bedacht, ook klopt.

 

Het heeft enige tijd geduurd, voordat ik door had dat dit gaande was. Dat mijn denkgeest vanuit zijn beelden, idealen had gesteld waaraan de werkelijke wereld moest voldoen. Ik heb die idealen los gelaten en geef ook geen aandacht meer aan de beelden die mij worden voorgeschoteld over hoe de werkelijke wereld er uit zou moeten zien.

 

Dat gaf mij in het begin wel een vorm van verdriet. Het was alsof er een gat in mij was geslagen, dat doordat ik het niet meer opvulde met mijn eigen beelden, leeg bleef. Maar mijn verdriet veranderde al snel in een subtiele vreugde. Ik had weer een nieuwe stille plek erbij.

 

Stille plekken zijn niet met iets gevuld. Er is geen object, geen onrust ook. Wel is er nog tijd die ik nodig heb om aan dit niet iets, deze stilte te wennen. Vaak nog gaat mijn aandacht toch naar de plekken van rumoer. Het is nog een stukje oud denken die aanzet om daar naar toe te gaan, omdat ik altijd heb geleerd dat ik zelf iets zou moeten doen om rumoer tot rust te brengen. Toch hoef ik dat niet meer.

 

De gedachte dat ik niets hoef te doen, niet hoef in te grijpen, groeit in kracht. Zij was in het begin misschien wel aanleiding voor mijn grootste twijfels. Want hoe kan ik nu niks doen als ik toch ook in een inkomen moet voorzien. Hoe kan ik nu niks doen als ik toch naar mijn werk toe ga, waar wordt verwacht dat ik wel iets produceer. Pas nu die ik, die dit steeds denk, begint op te lossen, komt de gedachte van het niet doen op haar plek.

 

Zij heeft alleen in stilte een betekenis, bedoeld als een krachtige herinnering dat alles wat wordt waargenomen, niet werkelijk is. Bedoeld ook om te signaleren dat als er wel een aansporing verschijnt om iets te doen, te willen ingrijpen, om dan slechts om een wonder te vragen die weer toont, dat er geen noodzaak is om iets te doen.

 

Zo komt er een afstand tussen mij en mijn persoon. Ik sta toe dat het leven dit leven leidt. Ik kijk toe, soms nog wel met enige spanning, om dan keer op keer te zien, dat als ik niets doe, het verhaal een vervolg krijgt dat ik niet had verwacht. Zo blijkt ook steeds mijn spanning overbodig.

 

Zo ook verschijnt de werkelijke wereld voor mijn ogen. In een vorm misschien wel identiek als net daarvoor. Maar bekeken met de visie van Christus die vanuit de stilte ziet. Niet langer zie ik zorgen. Niet langer zie ik pijn of groot verdriet. Ik zie nu een verhaal dat meer en meer slechts uit een herinnering lijkt voort te komen.

 

Ronald van Gigch