2016-22 ECIW studiegroep reflectie




Werkboek lessen


Reflectie

De Wederkomst van Christus, die zo zeker is als God Zelf, is niets dan de correctie van vergissingen en de terugkeer van innerlijke gezondheid. Ze maakt deel uit van de toestand die terugbrengt wat nooit verloren was, en opnieuw bekrachtigd wat voor eeuwig en altijd waar is. Het is de uitnodiging aan Gods Woord om de plaats van illusies in te nemen, de bereidwilligheid om vergeving op alles te laten rusten, zonder uitzondering en zonder voorbehoud.

 

Deze woorden willen geloven is eenvoudig, voor mij althans. In de dagelijkse (wereldse) werkelijkheid is dit een lastige. Op de oneindigheid is mijn persoonlijke leven niets. 
Ik raak in conflict, mijn denken raakt in conflict, als ik denk aan dingen zoals alles heeft effect. Als ik een steentje verplaatst in een stroom, dan verander ik iets waar ik de reikwijdte niet van ken. Terwijl ik dit schrijf gaat mijn denken er weer vandoor met het gegeven dat alles wat ik zie slechts een illusie is.

 

Wie wil, kan alles aan God over laten.

 

Toch laat de éne comment op de lessen van het afgelopen studieblok ook het duidelijke dilemma zien. De woorden van Een Cursus in Wonderen willen geloven is één. Het zien dat de woorden waarheid zijn, begrijpen dat alles maar een illusie is, toestaan dat er in werkelijkheid geen persoon bestaat. Dat is dan toch nog iets anders.

 

Lang getraind en volgepropt met de overtuiging dat de beelden die wij zien de werkelijkheid beschrijven, dat wij mens zijn, lichaam bovendien. Zal het niet veel voor komen dat het denken over de wereld en over het zelf, zomaar ineens, volledig verandert is.

 

Maar als tijd wordt gebruikt om dit te onderzoeken, om Een Cursus in Wonderen te doen en zo toe te staan dat in de tijd het denken toch verandert. Dan zal meer en meer dagen dat er toch waarheid en werkelijkheid schuilt in wat de Cursus schrijft.

 

De Heilige Geest heeft de tijd niet nodig als die Zijn doel heeft gediend. Nu wacht Hij slechts dat ene ogenblik nog tot God Zijn laatste stap zet, dan is de tijd verdwenen en heeft in zijn heengaan waarneming met zich meegenomen en enkel de waarheid achtergelaten om zichzelf te zijn. Dat ogenblik is ons doel, want het bevat de Godsherinnering. En terwijl we een vergeven wereld aanschouwen is Hij het die ons roept en mee naar huis komt nemen, en ons herinnert aan onze Identiteit, die onze vergeving aan ons teruggegeven heeft.

 

Op dit punt in de Cursus kan het geen kwaad om even stil te staan en te kijken waar je met je zelf staat. Zijn er gedachten die de neiging geven om de Cursus te verlaten. Is er vermoeidheid die gepaard gaat met de overtuiging dat wat de Cursus vraagt toch onmogelijk kan worden gegeven. Is er een gedachte die nog steeds angstig maakt. Die probeert te tonen dat de werkelijkheid toch echt niet mooier kan zijn dan wat je nu bezit en beziet.

Die aanspoort om te blijven dromen...............

 

Op dit soort momenten kijk ik ook nog wel eens terug. Want soms kan ik nog steeds niet goed begrijpen hoe ik hier nu toch terecht gekomen ben. Hier op dit punt waar de persoon verdwenen is. Ik nog wel droom, maar nog slechts zelden voel hoe de droom mij raakt, doordat ik de ervaring niet persoonlijk maak. Er is stilte in mijn droom gekomen.

 

Ik toets gedachten van twijfel, weerstand, ongeloof steeds, als ik mij weer bewust wordt, dat zij aan mij kleven. Door ze bewust naar binnen te brengen met de vraag, klopt deze gedachte (nog)?

 

Ze vervliegen allemaal, lossen op of smelten. En zo smelt ook het beeld dat ik nog verder zoeken moet. Ja, de Cursus geloven is één. Dat de Cursus schrijft dat je haar niet leert met geloof alleen, maar dat het gaat om de persoonlijke ervaring die daarbij komt. Dat is iets dat haar vanaf het begin voor mij enorm heeft bekrachtigd. De Cursus vraagt niet om blind geloof, maar wil haar werkelijkheid en waarheid met jou delen, aan jou tonen.

 

Zodat er uiteindelijk ook geen geloof meer nodig is. Als dat punt is bereikt, kan er nog wel twijfel komen. Het klopt dus wat de Cursus schrijft, maar heb ik nu ook de bereidheid om het beeld dat ik zelf van de wereld hebt gemaakt, los te laten.

 

En, heb ik het vertrouwen dat, het beeld dat ik daarvoor terug krijg, de droom van ontwaken, ook echt is wat ik wil. Wil ik toch niet liever houden wat er is, echtgenoot, ouders, kinderen misschien. Werk, status, geld. Al deze begrippen zullen de betekenis verliezen die ik daar zelf aan gegeven heb.

 

Gedachten, die tot beelden leiden dat dit toch wel een groot offer is, zijn krachtig, volhardend.

 

Hier toont de Cursus alle begrip, als zij vandaag komt met de volgende woorden:

 

307. Tegenstrijdige wensen kunnen mijn wil niet zijn

 

1. Vader, Uw Wil is de mijne, en anders niets. Er is voor mij geen andere wil. Laat me niet proberen een andere wil te maken, want dat is zinloos en doet me zeker pijn. Alleen Uw Wil kan me geluk brengen, en alleen de Uwe bestaat. Als ik wil hebben wat U alleen kunt geven, moet ik Uw Wil voor mij aanvaarden en de vrede binnengaan waar conflict onmogelijk is, Uw Zoon één is met U in wezen en in wil, en niets de heilige waarheid tegenspreekt dat ik blijf zoals U mij hebt geschapen.

 

2. En met dit gebed betreden we in stilte een toestand waar geen tegenstrijdigheid kan komen, omdat we onze heilige wil met die van God verenigen, in het besef dat ze hetzelfde zijn.

 

Is mijn wil hetzelfde als de wil van God?

 

Een vraag die nu gesteld kan worden. Maar stel hem niet aan de wereld, aan de beelden die je ziet. Stel hem ook niet aan de gedachten, die juist zijn bedoelt om het ware antwoord op deze vraag te verbergen achter grote angsten.

 

Neem deze vraag mee naar binnen toe. Naar de stilte waar de toestand is, waar geen tegenstrijdigheid kan komen. Want het is alleen daar dat je zal zien, dat deze vraag, geen echte vraag is, maar slechts de gedachte in de vorm van twijfel, dat afscheiding, mogelijk is.

 

Zolang afscheiding mogelijk lijkt, zal er twijfel blijven komen. Is uiteindelijk alle geloof in de gedachte van afscheiding vergeven, dan stopt ook alle twijfel en spreken we van wederkomst.

 

Bid dat de Wederkomst spoedig mag zijn, maar laat het daar niet bij. Ze heeft jouw ogen en oren en handen en voeten nodig. Ze heeft jouw stem nodig. En bovenal behoeft ze jouw bereidwilligheid. Laten we ons erin verheugen dat we Gods Wil kunnen doen, en ons verenigen in het heilig licht daarvan. Zie, de Zoon van God is één in ons, en door Hem kunnen we de Liefde van onze Vader bereiken.

 

Ronald van Gigch