2016-24 ECIW studiegroep reflectie




Werkboek lessen


Reflectie

 Misschien kennen jullie ook wel de volgende uitspraak:

 

Je krijgt zoveel op je pad als dat je aan kunt.

 

Ik hoorde hem een keer toen ik het zwaar had en het was bedoeld om mij moed en enige troost en trost te geven. Dat deed het ook wel, maar met wat er de afgelopen periode allemaal gebeurd, ben ik toch iets anders naar deze uitspraak gaan kijken.

 

Met de lessen van Wat is de Schepping? bij de hand is er namelijk niks in mij dat denkt dat er veel op mijn pad zou moeten komen. De uitspraak lijkt de suggestie te wekken dat als je veel aan kunt, God je veel uitdagingen zal schenken. Het geeft een gevoel van de noodzaak om te tonen wat ik kan, maar dat is niet wat God vraagt en God is er ook niet om ons uit te dagen.

 

Als ik die uitdagingen nu plaats, dan schrijf ik ze toe aan het ego. Hij is de enige die een noodzaak ziet om - als de slaap wat lichter wordt - jou met uitdagingen weer het duister in te trekken. Geen enkele schroom kent hij daarbij en wees dus ook niet verbaasd als deze uitdaging heel direct, heel dichtbij, heel persoonlijk worden.

 

Je zou kunnen zeggen dat je vertrouwen in God, Jesus en de Heilige Geest hier wordt getest, maar het heeft geen zin om dit zo te benoemen. God, Jesus en de Heilige Geest zullen nooit en te nimmer jou een test voor voeren. Toch als dit vertrouwen er wel al is, zal het juist op dit punt behulpzaam zijn om alle uitdagingen van het ego als illusies te gaan zien.

 

Zo is het ook dat ik onderken dat ik juist door deze uitdagingen wordt gestimuleerd om steeds weer de Heilige Geest om hulp te vragen. Het is dan niet zozeer dat ik de uitdagingen van het ego vrees. Ik heb alleen geen zin meer om er in mee te gaan. Mijn keuze is dan ook om niet zelf een oplossing te betekenen maar in vrede te zijn. Ik weet dat mijn vraag aan de Heilige Geest altijd een antwoord krijgt. Soms is er nog wel enige spanning, want het liefst natuurlijk ontvang ik dat antwoord direct, maar ik oefen mij in geduld. Het antwoord komt in het moment dat ik het nodig heb.

 

Dat dit nu juist ook de tijd is waarin de lessen zich richten op de vraag: Wat is het ego?. Dat vind ik niet meer verwonderlijk. Ik heb al vaker de ervaring gehad dat mijn verhaal synchroon liep en loopt met de lessen in het werkboek. Vaak maak ik op een dag iets mee en vind ik de volgende dag in de les al een toelichting en antwoord.

 

Toch zie ik wel dat ik nog belang hecht aan een goede afloop. Tegelijkertijd sta ik toe dat ik niet weet wat die goede afloop is. Dat is een deel in mijn geest waar zeker nog enige spanning en conflict leeft.

 

Dat ik ondertussen op veel plekken juist weer onschuld zie geeft mij ook op dit punt het besef dat dit conflict nu juist naar boven komt, omdat ik vanuit onschuld ook bewust vergeving kan schenken.

 

Wij maken vanuit onze lessen de overgang van wat is de schepping naar wat is het ego.

Ik onderken hier weer sterk de subtiliteit van de Cursus in.

 

Bekende ik in het vorige reflectie document nog mijn twijfel over de vraag of mijn werkelijkheid mij ook werkelijk bevallen zal. Kon ik daar met de lessen over wat de schepping is, meteen mee aan het werk.

 

Bij de lessen over wat het ego is, zie ik twee aspecten terug. Enerzijds laat de Cursus zien dat het ego alleen maar een illusie is.

 

3. De Zoon van God is egoloos. Kan hij weet hebben van waanzin en de dood van God, wanneer hij in Hem verblijft? Kan hij weet hebben van lijden en verdriet, wanneer hij in eeuwige vreugde leeft? Kan hij weet hebben van angst en straf, zonde en schuld, haat en aanval, wanneer al wat hem omringt eeuwigdurende vrede is, voor altijd vrij van conflict en onverstoord, in de diepste stilte en rust.

 

Anderzijds leert de Cursus dan ook dat je op geen enkel moment de trucs van het ego vrezen hoeft.

 

2. Het ego is waanzinnig. Vol angst staat het buiten het Alomtegen-woordige, los van het Al, en afgescheiden van het Oneindige. In zijn waanzin denkt het dat het God Zelf overwonnen heeft. En in zijn vreselijke autonomie 'ziet' het dat de Wil van God vernietigd is. Het droomt van straf en beeft voor de figuren in zijn dromen, zijn vijanden die eropuit zijn het te vermoorden voordat het zijn veiligheid zeker kan stellen door hen aan te vallen.

 

God geeft jou geen uitdagingen en test zeker jouw vertrouwen niet. Hij vraagt slechts dit:

Schenk je vertrouwen niet langer aan het ego, maar schenk het aan mij.

 

Dat is de keuze die steeds en altijd voor ons ligt. Daarom ook stel ik voor afsluiting van deze studieperiode het volgende voor. Wordt even stil en kijk dan of je deze keuze ziet. Leg dan deze vraag aan je zelf voor:

 

Schenk ik mijn vertrouwen aan het ego of schenk ik mijn vertrouwen aan God.

 

en lees dan nog een keer deze laatste les:

 

334. Vandaag maak ik aanspraak op de gaven van vergeving

 

1. Ik zal geen dag langer wachten om de rijkdommen te vinden die mijn Vader mij biedt. Illusies zijn allemaal zinloos, en dromen zijn al voorbij op het moment dat ze worden geweven uit gedachten die berusten op onjuiste waarnemingen. Laat ik vandaag niet weer zulke povere geschenken aannemen. Gods Stem biedt de vrede van God aan allen die luisteren en ervoor kiezen Hem te volgen. Dit is vandaag mijn keuze. En dus ga ik de rijkdommen vinden die God me geschonken heeft.

 

2. Ik zoek alleen het eeuwige. Want Uw Zoon kan met niets minder dan dat tevreden zijn. Wat anders kan daarom zijn vertroosting zijn dan datgene wat U zijn verbijsterde denkgeest en angstig hart aanbiedt, om hem zekerheid te geven en vrede te brengen? Vandaag wil ik mijn broeder zonder zonde zien. Dit is Uw Wil voor mij, want zo zal ik mijn eigen zondeloosheid zien.

 

Ronald van Gigch