2016 ECIW studiegroep reflectie




Reflectie

Voetnoot

 

Waar ik de laatste les van dit studiejaar af rond, worstel ik vooral met mijn voornemen om ook een reflectie te schrijven over dit afgelopen studiejaar.

 

Het probleem met innerlijke ontwikkeling, de correctie van een vergissing en de daarmee gepaard gaande wijziging van perspectief is dat elk nieuw inzicht al het voorgaande achterhaald. De correctie is steeds all inclusive doordat ook al het voorgaande in dit nieuwe licht wordt gezien.

 

Inzichten die eerder zijn gekomen, verwoord veelal in de afgelopen reflectie verslagen, waren op dat punt waardevol, maar verliezen al snel weer hun betekenis.

 

Wat resteert is een vorm van collage of fotoboek misschien. Wel staan zij allemaal voor de stille momenten die ik in dit afgelopen jaar ben gepasseerd. Hieronder volgt een selectie van deze stille prenten.

 

Dit is een cursus in wonderen. Het is een verplichte cursus. Alleen de tijd waarop je hem doet staat jou vrij. Vrije wil betekent niet dat jij het leerplan kunt vaststellen. Het betekent alleen dat je kunt kiezen wat je op een gegeven moment wilt doen.

 

Het is confronterend misschien om de eerste keer deze woorden te lezen. Meteen al toets de Cursus onze bereidheid om haar lessen te leren. Gelukkig sluit deze inleiding af met de volgende woorden.

 

Niets werkelijks kan bedreigd worden.

Niets onwerkelijks bestaat.

 

Hierin ligt de vrede van God.

En daarmee stelt de Cursus zich dus tot taak om de student te leren onderscheid te maken tussen wat werkelijk is en wat onwerkelijk. Om vervolgens aan te geven dat dit onderscheid slechts tijdelijk is.

 

Het tegendeel van liefde is angst, maar wat alomvattend is kent geen tegendeel.

 

Want als eenmaal alle blokkades zijn weggenomen, dan zal de herinnering aan liefde komen in haar alomvattendheid en zal daarmee ook al het onderscheid op lossen.

 

Liefde doet onmiddellijk haar intrede in iedere denkgeest die haar oprecht verlangt, maar hij moet haar wel oprecht verlangen.

Frusterend mogelijk is het besef dat wat wij hier zoeken, blijkbaar altijd aanwezig was en is. Tegelijkertijd tonen de woorden dat de oorzaak voor ons gemis van liefde niet aan een ander kan worden verweten of toegeschreven. Wij zullen in ons zelf moeten kijken om te zien wat maakt dat ons verlangen naar liefde nog niet oprecht is.

 

Liefde koestert geen grieven en dat maakt dus ook dat zo lang wij grieven koesteren, wij ons hullen in onze duisternis, zonder de herinnering aan licht, aan God.

 

Oprecht verlangen vraagt ons om oprecht naar onze grieven te kijken. Uiteindelijk zal zo ook blijken dat al onze grieven zich richten op God. Zonder deze erkenning kan veel tijd worden besteed aan vergeving zonder ook maar één stap verder te komen.

 

Mijn geluk en mijn functie zijn één.

 

Deze herinnering aan ons ware geluk helpt ons om onze grieven op te geven. Wie zou nog grieven willen koesteren als hij eenmaal weet dat hij zich zelf daarmee zijn geluk ontzegt. 

 

In stilte ontvang ik vandaag Gods Woord.

 

Wie zou niet stil willen worden als hij eenmaal weet dat hij in die stilte Gods Woord ontvangen kan?

 

De macht om te beslissen is aan mij. 

Vandaag zal ik mijzelf aanvaarden zoals mijn Vaders Wil mij geschapen heeft.

 

En wie zou niet blij worden van het besef dat er geen noodzaak is tot wachten. Geen afhankelijkheid ook van enig ander of omstandigheid. Het berust allemaal op mijn eigen keuze.

 

God is louter Liefde, en dus ben ik dat ook.

 

Laat mij dan ook niet meer vergeten wat mijn keuze is. De verzoening met mijn ware Zelf. 

 

Ik leg de toekomst in Gods handen.

 

Als het tijdloze weer wordt herkent, dan is er geen reden meer voor een toekomst. Ook geen weerstand meer om al wat komt of komen gaat aan God over te laten.

 

De Wederkomst van Christus, die zo zeker is als God Zelf, is niets dan de correctie van vergissingen en de terugkeer van innerlijke gezondheid.

 

Het wordt duidelijk dat een correctie van gedachten het enige is dat nodig is. 

 

Vergeving verlicht de weg van de Wederkomst, omdat ze alles als één beschijnt. En zo wordt eenheid ten lange leste herkend.

 

De gedachte van afscheiding is de enige gedachten die hoeft te worden vergeven.

 

Dit heilig ogenblik wil ik U geven. Neemt U het in handen. Want U wil ik volgen, in de zekerheid dat Uw leiding mij vrede geeft

 

In haar vergeving wordt de eenheid met de Heilige Geest herkend en geven wij hem in blijdschap alle tijd die in ons nog resteerd.

 

Ronald van Gigch