2017-02 ECIW studiegroep reflectie




Werkboek lessen


Reflectie

 Er ligt een onderscheid tussen wat je meemaakt of overkomt en de betekenis die je daaraan geeft. Het doen van de Cursus betekent namelijk niet dat je niks meer mee zal maken of dat je niks meer overkomen zal. Het betekent wel dat je er anders naar leert kijken. 

Projectie maakt waarneming. De wereld die jij ziet is wat jij haar gegeven hebt, niets meer. Maar ook al is ze niets meer, ze is ook niets minder. Daarom is ze voor jou belangrijk. Ze getuigt van de staat van jouw denkgeest, de uiterlijke weergave van een innerlijke toestand. Zoals een mens denkt, zo neemt hij waar. Probeer dan ook niet de wereld te veranderen, maar kies ervoor je denken over de wereld te veranderen. Waarneming is een gevolg, geen oorzaak.

T.21.1

De lessen van het afgelopen studieblok richten op de gedachten die ons zien bepalen. Soms vraagt de les je om naar binnen te kijken naar gedachten die er zijn. Dan weer wordt je gevraagd om om je heen te kijken naar de beelden die je ziet. Maar de Cursus is op dit punt wel duidelijk. Ons zien wordt door onze gedachten bepaald.

Je zult opmerken dat de ideeën die verband houden met denken soms voorafgaan aan die met betrekking tot waarnemen, terwijl op andere momenten de volgorde omgekeerd is. De reden daarvoor is dat de volgorde niet uitmaakt. Denken en de resultaten daarvan zijn in feite gelijktijdig, want oorzaak en gevolg zijn nooit gescheiden.

W.dl I.19.1:2-4

Zo brengt de Cursus ons steeds weer naar de plek waar oorzaak en gevolg samen komen, onze denkgeest. Het is uiteindelijk onze denkgeest die ziek is een heling behoeft. Alle waarneming is haar gevolg. Alle strijd, kapotte lichamen, angst, verdriet, pijn, en al het andere dat als onprettig wordt gezien of ervaren, komt uit deze ziekte van de denkgeest voort. Maar besef ook goed. Ook al het goede - of in ieder geval hetgeen wij als goed en fijn zien en ervaring - vindt haar bron in deze zieke denkgeest. Daarom ook verzoekt de Cursus steeds om hier geen onderscheid te maken. Het doel van de Cursus is niet om al het goede te bewaren en het slechte weg te gooien of af te danken. De Cursus wil juist laten zien dat er geen onderscheid te maken is in goed of fout.

Alles wat jij ziet is het resultaat van je gedachten. Er bestaat geen uitzondering op dit feit. Gedachten zijn niet groot of klein, sterk of zwak. Ze zijn alleen waar of onwaar. Welke waar zijn scheppen hun eigen evenbeeld. Welke onwaar zijn maken het hunne.

W.dl I.16.1:2-7

Het enige dat de Cursus ons zal leren is dus het maken van onderscheid tussen waar en onwaar. Hiervoor is de visie die de Cursus ons biedt en ook verzoekt om naar te vragen voor bedoeld.

Het enige wat voor visie nodig is, is jouw besluit om te zien. Wat je wilt is al van jou.

W. dl I.20.2:1-2

Het gaat dus om ons besluit om de gedachten te willen zien die onze waarneming maken. Dat is de essentie van visie zoals de Cursus dat bedoeld. Het is onze bereidheid tot het doen van een gedachten onderzoek.

Elke gedachte die je hebt, bouwt een gedeelte van de wereld die jij ziet. We moeten dus met jouw gedachten aan het werk, wil jouw waarneming van de wereld veranderen.

W. dl I.23.1:4-5

Hier zet de Cursus een belangrijke stap in ons helingsproces. Daar waar wij vaak komen met onze kommer en kwel en wijzen op alle feiten in de wereld die ons dit en dat steeds aan doen, draait de Cursus ons kijken om. Wijs niet naar buiten zegt de Cursus steeds, maar ga onderzoeken wat er in jou is dat maakt dat jij denkt dat jou iets overkomen kan. Dat maakt dat jij denkt dat de Wereld jou kan raken. Dat maakt dat jij denkt dat jij bent afgescheiden van.

Als jij inzag dat je niet ziet wat je hoogste belang is, zou jou dat geleerd kunnen worden. Maar gezien je overtuiging dat jij wél weet wat dat is, ben je niet tot leren in staat.

W dl I.24.2:1-2

Als jij je gedachten serieus neemt en als belangrijk ervaart. Dan zou het zo maar kunnen zijn dat je sommige lessen van de Cursus als een aanval ervaart. Het is vreemd om zo langzaam aan te gaan beseffen dat wij eigenlijk vrede vrezen en daarboven op eigenlijk ook niet open staan voor de waarheid. Want de waarheid valt alles aan dat wij koesteren en vrede lijkt haast wel te leiden tot een eindeloze leegte, waar niks nog enige betekenis heeft.

 

Toch is het jou gegeven om dit leerpad te doorstaan. Het is jou ook gegeven om met de hulp van de lessen de duisternis van het innerlijk in te gaan, te tasten en te speuren om dan te kunnen zien dat er niets is dat je vrezen hoeft.

 

Het enige dat de Cursus daarvoor vraagt is jouw bereidheid om elke dag weer een stap te zetten.

 

Ronald van Gigch