2017-07 ECIW studiegroep reflectie




Werkboek lessen


MIC Ontmoetingszondag 2 april 2017

Nicolien GouwenbergWat is verlossing toch eenvoudig

nicolien gouwenberg

Hoe moeilijk is het om te zien dat wat onwaar is niet waar, en wat waar is niet onwaar kan zijn? 'Ja, dat klinkt inderdaad niet al te ingewikkeld. Maar wat maakt dat dan dat wij  verlossing nog helemaal niet eenvoudig vinden? De Cursus legt uit dat wij daar een reden voor hebben: we hebben onszelf geleerd dat we schuldig zijn en daarmee houden we een heel ingewikkelde waanzinnige wereld in stand.Tot we anders kiezen.'Het resultaat van de les dat Gods Zoon schuldeloos is, is een wereld zonder angst waar alles door hoop wordt verlicht en sprankelt van een milde vriendelijkheid. Er is niets wat jou niet roept met een zacht verzoek jouw vriend te mogen zijn, en zich met jou te mogen verbinden.'(T31.1.8:1-2) 


Reflectie

Wat is verlossing toch eenvoudig is de titel van de interactieve lezing van Nicolien Gouwenberg bij de MIC ontmoetingszondag. In zo een groep van cursus studenten die op een zondagmiddag samenkomt, valt dat op zich wel te zien. De gezamenlijke stiltes zijn diep en rustgevend. Ze geven moed en vertrouwen. Wat toch voor velen, mij inclusief, nog steeds nodig is, want het geloof in het ego is sterk. Het heeft tijd nodig om dat geloof te doorzien en te ontkrachten. Het gegeven blijft toch nog steeds dat je los van deze zondagmiddag dan misschien, je in de regel in de wereld van het ego begeeft. Die wereld draagt natuurlijk tot doel om dat geloof in ego te bekrachtigen.

 

Het is dan ook niet voor niks dat het werkboek van de Cursus een heel jaar uit trekt om ons daarin dagelijks te voorzien van de noodzakelijke oefening. Zo is er een dagelijkse gelegenheid om voor even onder leiding van de Heilige Geest buiten de bekrachtiging van het ego te komen. De ogen te sluiten, de stilte te betreden. Dagelijks proeven wij zo wat werkelijk in ons leeft. Daar en dan is er ook geen behoefte aan moed en vertrouwen. Daar leeft onze zekerheid. Moed en vertrouwen krijgen dan meer tot doel om na dit verblijf in onze werkelijkheid, toch weer de ogen te openen. Wat dan vaak zeker is, is dat ik mij soms toch weer even verlies in de ego onwerkelijkheid.

 

Ik weet dat de Heilige Geest in mij is. Het is daarom ook dat ik dit verlies niet echt vrees. Het wordt meer en meer en speel, waarbij ik het Leven ook meer en meer de leiding geef.


 En de eerste lessen van het volgende lesblok:

 

Te horen krijgen dat wat jij niet ziet er toch is, klinkt jou als waanzin in de oren. Het is erg moeilijk ervan overtuigd te raken dat het waanzin is niet te zien wat er is, en in plaats daarvan te zien wat er niet is. Je twijfelt er niet aan dat de ogen van het lichaam kunnen zien. Je twijfelt er niet aan dat de beelden die ze jou vertonen werkelijkheid zijn. Jij stelt je vertrouwen in de duisternis, niet in het licht. Hoe kan dit worden omgekeerd? Voor jou is het onmogelijk, maar hier sta je niet alleen voor.

 

Hier wordt ons geloof in het ego benoemd, waarbij wordt aangegeven dat dit geloof ons van onze visie berooft.

 

Kracht komt uit waarheid voort en straalt het licht uit dat haar Bron haar gegeven heeft; zwakheid weerspiegelt de duisternis van haar maker. Ze is ziek en ziet ziekte, die is zoals zij. Waarheid is een verlosser en kan alleen voor iedereen geluk en vrede willen. Ze geeft haar kracht aan eenieder die erom vraagt, in oneindige overvloed. Ze ziet dat een gemis bij iemand een gemis bij iedereen zou zijn. En dus geeft ze haar licht, opdat allen kunnen zien en er als één baat bij kunnen hebben. Haar kracht wordt gedeeld, zodat ze aan allen het wonder kan brengen waarin zij zich zullen verenigen in doel en vergeving en liefde.

 

Deze kracht ontnemen wij ons zelf elke keer weer als wij kiezen voor het ego.

 

Het zelf dat jij gemaakt hebt, is niet de Zoon van God. Daarom bestaat dit zelf helemaal niet. En alles wat het schijnt te denken en te doen, betekent niets. Het is noch slecht, noch goed. Het is onwerkelijk, en meer niet. Het levert geen strijd met de Zoon van God. Het krenkt hem niet en valt zijn vrede niet aan. Het heeft de schepping niet veranderd, noch eeuwige zondeloosheid tot zonde, noch liefde tot haat verlaagd. Wat voor macht kan dit zelf dat jij gemaakt hebt, dan bezitten, wanneer het de Wil van God weerspreekt?

 

Vindt jij je zelf echt zo belangrijk of waardevol, dat je liever dit zelf behoudt en dus niet kiest voor de Liefde van God?

 

Het ware licht is kracht, en kracht is zondeloosheid. Als je zo blijft als God jou geschapen heeft, moet je wel sterk zijn en moet het licht wel in jou zijn. Hij die je zondeloosheid zeker stelde, moet ook jouw waarborg zijn voor kracht en licht. Jij bent zoals God jou geschapen heeft. De duisternis kan niet de heerlijkheid van Gods Zoon verbergen. Jij staat in het licht, sterk in de zondeloosheid waarin je werd geschapen en waarin je zult blijven tot in alle eeuwigheid.

 

De keuze voor het ego en het zelf gevormde zelf, maakt niet dat onze werkelijkheid is verdwenen of teniet gedaan. Die werkelijkheid is er altijd en staat open beschikbaar in elk moment dat onze keuze niet op het ego valt.


Toen ik de eerste paar hoofdstukken van Een cursus in wonderen gelezen had riep iets in mij volmondig JA.

Al het andere was daar nog niet aan toe. Dat had meer tijd nodig, meer inhoud, meer oefening. Het ging ook nog naarstig op zoek naar bevestiging. Want het is toch nog wel wat dat de Cursus je hier voor houdt. Maar als je dat dan toch even vol houdt. Het tekstboek leest, de oefeningen van het werkboek doet. En ook zo af en toe onder begeleiding van de Heilige Geest nog andere boeken vindt en leest. Leraren bekijkt of bezoekt. Dan staakt uiteindelijk ook deze af- en terughoudendheid. Vindt steeds meer van je denkgeest de rust. Is er misschien niet meer zo een volmondig Ja. Maar komt er wel meer een breed aanvaarden dat zich dagelijks nog meer uitbreidt totdat het uiteindelijk ook voorbij de eigen grenzen treedt. Dan is de Hemelse staat ook bereikt en zul je merken dat er geen noodzaak meer is om die staat steeds weer te verlaten op het moment dat je toch weer een keer je ogen opent om te reizen door het ego verhaal.

 

Je ziet het nog, je hoort het nog. Je lijkt je er nog in voort te bewegen. Alleen is je geloof erin al wel opgelost.

Vanuit dat besef kun je dan ook echt alles en iedereen vergeven. Omdat je alleen nog maar oog hebt voor de werkelijkheid. En die kom je dan ook alleen nog maar tegen.