2017-18 ECIW studiegroep reflectie




Werkboek lessen


MIC Ontmoetingszondag 3 september 2017

Diederik Wolsak Bedoeling is betekenis

diederik wolsak

Bij een onderzoek over welk onderwerp mensen het meest nadenken werden bedoeling en betekenis veruit het vaakst genoemd.'Bedoeling is betekenis' zijn de eerste drie woorden van les 25. Die les leert mij de cruciale vraag te stellen:waartoe dient dit? Deze vraag leidt mij voorbij de waarom-vraag: een vraag die altijd een element van beschuldiging in zich heeft. Zelf-beschuldiging, God beschuldigen, een ander beschuldigen, niets dan beschuldigingen. Deze zondag onderzoeken we zo veel mogelijk Waartoe dient dit?-processen. Breng alsjeblieft je vragen, je situaties, je relaties in, waarin het moeilijk is een liefdevol doel te zien. De Cursus belooft op iedere bladzijde een liefdevol doel, zelfs als ik ervoor kies het niet te zien of ernaar te zoeken.

Discipline en toewijding leidt naar vergeving.Vergeving wordt op de waarom-vraag toegepast op een liefdevolle manier, met gezonde urgentie.
Voel je vrij te komen met je vragen en bevindingen.       


Reflectie

Wat lijdt is geen deel van mij.

 

Natuurlijk wordt dit besef iets moeilijker als je wordt geconfronteerd met lichte griep en een daarmee gepaard gaande, iets zwaardere, keelontsteking. Maar het besef wordt weer makkelijker als je op zondag aanwezig bent bij een lezing van Diederik Wolsak en zo een paar keer mee mag lopen met lijdensgevallen van medeaanwezigen. Diederik heeft een kern van de vergeving van de Cursus samen gevat in zijn 6 stappenplan die steeds weer leidt naar de mogelijkheid om opnieuw te kiezen. Het is die keuze mogelijkheid die direct laat zien dat lijden een keuze is en steeds blijk weer dat als op dit punt de keuze wordt gemaakt voor de Heilige Geest in plaats van het ego, het lijden ook vrijwel meteen verdwijnt.

 

De snelheid waarmee dit gebeurd is daarbij afhankelijk van de bereidheid van de student om zijn overtuigingen los te laten. Een soortgelijke ervaring heb ik inmiddels ook met de sporadische griepjes die ik op mijn weg vind. Toen ik de eerste keer de Cursus had gedaan kreeg ik de beleving dat ik vanaf dat punt nooit meer ziek zou worden of zou lijden. Groot was dan ook mijn teleurstelling toen dit zich toch weer voordeed. Ik dacht meteen dat ik iets niet goed had gedaan. Die gedachte maakte alleen maar dat mijn confrontatie met deze ziekte langer duurde dan noodzakelijk, doordat mijn gedachte ook weer aanleiding gaf tot schuld.

 

Zo heb ik inmiddels al wel vaker de griep weer op bezoek gekregen. Na de teleurstelling bij de eerste keer, richte ik nu echter mijn aandacht op de vraag waar deze ervaring toe diende, of zoals de Cursus het ook wel beschrijft. Ik vroeg steeds aan de Heilige Geest of er een andere manier was om naar te kijken. Daarbij kwam als eerste het inzicht dat ik dacht dat ik de griep, die zich veelal als keelontsteking aanbood, verdiende. Ik was immers schuldig, omdat ik rook en daarvoor dan ook deze straf verdien. Na dit inzicht en mijn vergeving van deze schuldgedachte, begon de duur van de griep steeds meer af te nemen. Of wel anders gezegd, de snelheid waarop ik op dit punt verlossing durfde te aanvaarden, naam steeds meer toe.

 

Nu zie ik griep niet meer als straf, maar juist als een extra impuls om weer, samen met de Heilige Geest, te kijken naar overtuigingen en gedachten die mijn besef van de aanwezigheid van Liefde blokkeren.


De lessen van het afgelopen studieblok:

 

235. God in Zijn goedheid wil dat ik ben verlost

 

2. Vader, Uw Heiligheid is de mijne. Uw Liefde heeft mij geschapen en mijn zondeloosheid voor eeuwig tot deel van U gemaakt. Ik draag schuld noch zonde in mij, want die is er niet in U. 

 

236. Ik regeer mijn denkgeest, die alleen ik regeren moet

 

2. Vader, mijn denkgeest is open voor Uw Gedachten, en gesloten vandaag voor elke andere gedachte dan die van U. Ik regeer mijn denkgeest en bied die U aan. Aanvaard mijn geschenk, want het is het Uwe aan mij. 

 

237. Nu wil ik zijn zoals God mij geschapen heeft

 

2. Christus is vandaag mijn ogen, en Hij is de oren die vandaag luisteren naar de Stem namens God. Vader, ik kom tot U door Hem die Uw Zoon is en tevens mijn ware Zelf. Amen. 

 

238. Op mijn beslissing rust heel de verlossing

 

1. Vader, Uw vertrouwen in mij is zo groot geweest, ik moet wel waardig zijn. U heeft mij geschapen en kent me zoals ik ben. En toch heeft U de verlossing van Uw Zoon in mijn handen gelegd en die laten afhangen van mijn beslissing. Ik moet waarlijk door U zijn bemind. En tevens moet ik bestendig zijn in heiligheid, dat U Uw Zoon aan mij geeft in de zekerheid dat hij veilig is, Hij die nog steeds deel van U is en niettemin de mijne, want Hij is mijn Zelf. 

 

239. De heerlijkheid van mijn Vader is de mijne

 

2. Wij danken U, Vader, voor het licht dat eeuwig in ons schijnt. En we eren het, omdat U het met ons deelt. Wij zijn één, verenigd in dit licht en één met U, in vrede met heel de schepping en met onszelf. 

 

240. Angst is niet gerechtvaardigd, in geen enkele vorm

 

2. Hoe dwaas zijn onze angsten! Zou U toestaan dat Uw Zoon lijdt? Geef ons vandaag het vertrouwen om Uw Zoon te herkennen, en hem te bevrijden. Laten we hem in Uw Naam vergeven, opdat we zijn heiligheid kunnen verstaan en voor hem de liefde voelen die ook de Uwe is. 

 

3. Wat is de wereld?

 

1. De wereld is onjuiste waarneming. Ze is uit dwaling voortgekomen en heeft haar bron niet verlaten. Ze zal niet langer blijven bestaan dan de gedachte die haar heeft voortgebracht wordt gekoesterd. Wanneer de gedachte van afgescheidenheid gewijzigd is in een van ware vergeving, zal de wereld in een heel ander licht worden gezien, een dat tot de waarheid leidt, waarin heel de wereld met al haar dwalingen zal verdwijnen. Nu is haar bron verdwenen en zijn haar gevolgen dat eveneens. 

 

241. Dit heilig ogenblik is het moment van verlossing

 

2. We hebben elkaar nu vergeven en zo komen we ten langen leste weer tot U. Vader, Uw Zoon, die nooit is weggegaan, keert terug naar de Hemel en naar zijn thuis. Wat zijn we blij nu we onze innerlijke gezondheid herkregen hebben en dat we ons herinneren dat wij allen één zijn. 

 

242. Deze dag is van God. Het is mijn geschenk aan Hem

 

2. En dus geven we deze dag aan U. We komen met een volkomen open denkgeest. We vragen niet om iets dat wij misschien denken te verlangen. Geef ons wat U wilt dat wij ontvangen. U kent al onze wensen en behoeften. En U zult ons alles geven wat we behoeven om ons te helpen de weg te vinden naar U. 

 

243. Vandaag zal ik over geen enkel voorval een oordeel vellen

 

2. Vader, vandaag laat ik de schepping vrij om zichzelf te zijn. Ik eer al haar onderdelen, waarin ik inbegrepen ben. Wij zijn één omdat elk deel de herinnering van U bevat, en de waarheid wel als één in ieder van ons moet stralen. 

 

244. Nergens ter wereld ben ik in gevaar

 

1. Uw Zoon is veilig waar hij ook mag zijn, want U bent daar bij hem. Hij hoeft Uw Naam slechts aan te roepen en hij zal zich zijn veiligheid en Uw Liefde herinneren, want die zijn één. Hoe kan hij bang zijn of twijfelen of vergeten dat hij niet kan lijden, in gevaar kan worden gebracht of zich ongelukkig voelen, wanneer hij U toebehoort, geliefd en liefdevol, in de veiligheid van Uw Vaderlijke omarming? 

 

245. Uw vrede is met mij, Vader. Ik ben veilig

 

1. Uw vrede omringt me, Vader. Waar ik ga, vergezelt Uw vrede mij. Zij werpt haar licht op ieder die ik ontmoet. Ik breng haar naar hen die diepongelukkig, die eenzaam en die angstig zijn. Ik schenk Uw vrede aan hen die pijn lijden, of treuren om een verlies, of denken dat ze van hoop en geluk zijn beroofd. Stuur hen naar mij, mijn Vader. Laat mij Uw vrede met me meedragen. Want ik wil Uw Zoon verlossen, zoals dat Uw Wil is, opdat ik mijn Zelf weer herkennen zal. 

 

246. Houden van mijn Vader is houden van Zijn Zoon

 

2. Ik zal de weg aanvaarden die U, mijn Vader, voor mij kiest om tot U te komen. Want daarin zal ik slagen, het is immers Uw Wil. En ik wil inzien dat wat U wilt evenzeer is wat ik wil, en niets dan dat. En dus kies ik ervoor te houden van Uw Zoon. Amen. 

 

247. Zonder vergeving blijf ik blind

 

2. Zo wil ik vandaag iedereen bezien. Mijn broeders zijn Uw Zonen. Uw Vaderschap heeft hen geschapen en hen allen aan mij gegeven als deel van U, en ook van mijn eigen Zelf. Vandaag eer ik U in hen en hoop zo deze dag mijn Zelf te herkennen. 

 

248. Wat lijdt is geen deel van mij

 

 2. Vader, mijn aloude liefde voor U keert terug en laat me ook Uw Zoon weer liefhebben. Vader, ik ben zoals U mij geschapen hebt. Nu herinner ik me Uw Liefde alsook de mijne. Nu begrijp ik dat die één zijn.

 


Het is maar goed dat de Cursus pas op dit punt komt met de uitspraak dat de wereld onjuiste waarneming is. Het aanvaarden van de gedachte dat vergeving leidt tot de waarheid waarin heel de wereld met al haar dwalingen zal verdwijnen, zou anders onmogelijk zijn.

 

Maar nu er waarschijnlijk een eerste ervaring van licht in de denkgeest is gekomen. Er mogelijk al een moment is geweest waarin in de wereld voor even verdween en de vrede van God weer werd waargenomen. Ontstaat ook de mogelijkheid om op zijn minst de gedachte van het verdwijnen van de wereld te gedogen. Zo mogelijk komt hierbij ook de bereidheid om het pad van de Cursus te vervolgen, ingegeven door het inzicht dat de wereld werkelijk niets te bieden heeft.

 

Zo wordt het makkelijker om met meer regelmaat en voor langere duur de ogen voor de wereld te sluiten en in stilte te zijn, zonder dat de aandacht nog wordt getrokken door alle bewegelijkheid om ons heen. Vaker komen wij zo op de plek waar verlossing ontvangen wordt. Soms kan daarbij het verlangen ontstaan om niet meer naar de wereld terug te gaan. Maar, zoals de Cursus beschrijft, wordt verlossing pas een feit op het moment dat onze vergeving volledig is.

 

Natuurlijk kan je zelf pogen om te bepalen wanneer dit punt is bereikt. Maar je zult dan vaak merken dat je binnen korte tijd in het wereldse verhaal weer door het ego gegrepen wordt. Zodoende heb je de wereld ook nodig. Zij is wat dat betreft de enige betrouwbare toetsing voor het maken van het onderscheid tussen feiten en fantasie.

 

Het is niet voor niks dat de Cursus hier schrijft:

 

5. Laten we niet voldaan rusten voordat de wereld zich bij onze veranderde waarneming aangesloten heeft. Laten we niet tevreden zijn voordat vergeving totaal is gemaakt. En laten we niet proberen onze functie te wijzigen. Wij moeten de wereld verlossen. Want wij die haar gemaakt hebben, moeten haar door de ogen van Christus zien, opdat wat gemaakt was om te sterven tot eeuwig leven kan worden hersteld.

 

De Cursus wil niet dat wij met fantasie genoegen nemen. Laat zo dan ook steeds je zelf door de wereld toetsen en aanvaard daarbij ook, in dankbaarheid, de lessen die zij jou geeft.

 

Deze lessen zijn uiteindelijk bedoeld om jouw doel te dienen.