2017-20 ECIW studiegroep reflectie




Werkboek lessen


MIC Ontmoetingszondag 1 oktober 2017

Jongerengroep (o,a. Redmar van Kats) Niets is de prijs van mijn innerlijke vrede waard, echt niets!

logo mic rs

 

 

Deze titel spreekt voor zich, nietwaar?
In deze interactieve bijeenkomst zullen een aantal jongeren hierover hun ervaring delen.

 


Reflectie

Bij de MIC Ontmoetingsdag luister ik aandachtig naar het verhaal dat Redmar vertelt over zijn ontwikkeling. Ik blijf hangen bij zijn woorden waarin hij aangeeft dat hij, toen hij net met de Cursus was gestart, uit kwam bij de gedachte dat dit leven totaal zinloos is, omdat het toch maar een illusie is.

 

Niet veel eerder heb ik voor mij zelf ingezien dat het ontkennen van de wereld totaal niets bijdraagt aan mijn ontwikkeling. De wereld kan dan wel een illusie zijn, maar het is niet de oorzaak van het probleem waar ik mij zelf in vind. De illusie - de wereld is een gevolg van mijn keuze voor het ego. Ik zie nu eerder aanleiding om de gevolgen van de keuze volledig te aanvaarden, juist doordat ik zo ook werkelijk kan komen op het punt waar deze keuze wordt gemaakt.

 

Het beeld dat dit leven zinloos is, is denk ik geen vreemd beeld voor menig Cursus student. Tegelijkertijd is het ook juist een goede truc van het ego, die maakt dat wij ons op dit punt eerder storten in een fase van diepe depressiviteit, dan dat wij juist door zetten naar het licht en zo het punt bereiken, waarop wij in staat zijn om opnieuw een keuze te maken. Als ik Redmar vraag wat hem voorbij deze gedachte heeft gebracht, roept zijn antwoord ook mijn eigen antwoord op. Ik zie in dat mijn echte wens om door te gaan, wordt ingegeven door de aanmoedigingen die de Cursus steeds doet om te geven wat ik ontvangen heb. Zo zie ik op deze Zondag in oktober - terwijl de herfst al is gestart om alle bladeren te schilderen - dat ik zelf juist in mijn voorjaar kom. Bij mij start alles weer met bloeien.

 

Met de woorden van Redmar in gedachte denk ik even terug aan een verhaal dat ik een keer las over de Boeddha:


Buddha – Manifestation of Silence

When Buddha got enlightened on the full moon day in the month of May, he kept silent. For a whole week he did not say a word. Mythology says that all the angels in the heaven got frightened and said, "Once in a millennium someone blossoms so fully like Buddha. Now he is silent, is not saying a word!" It is said all the angels approached Buddha and asked him to say something, please speak something.

Buddha said, "Those who know, they know, even without my saying, and those who do not know, they will not know by my words. Any description of life to a blind man is of no use. One who has not tasted the ambrosia of existence, of life, no point in talking to them about it. So I am silent," he said. How can you convey something so intimate, something so personal? Words cannot. And many scriptures in the past have declared, "Words end where truth begins." The argument was very good.

But the angels said, "Yes, we agree, what you say is right. But, Buddha, consider those who are on the borderline. There are a few who are in between, who are neither fully enlightened nor totally ignorant. For them, a few words will give a push. For their sake, you speak something, say something. And every word of yours will create that silence. For the purpose of words are to create silence. If words create more noise, then they have not reached their goal." And Buddha's words would definitely create the silence, because Buddha is the manifestation of silence.

 

Boeddha - Manifestatie van Stilte

(vrij vertaald)

 

Toen Boeddha verlicht raakte op een volle maan dag in de maand Mei, bleef hij stil. Een hele week lang sprak hij geen enkel woord. De mythologie vertelt dat alle engelen in de hemel bang werden en zeiden, 'Eens in één millennium komt iemand zo volledig tot bloei, als Boeddha. Nu is hij stil, zegt geen enkel woord!' Het is gezegd dat alle engelen Boeddha benaderden en hem vroegen om iets te zeggen: Spreek alsjeblieft iets.

 

 

Boeddha zei, 'Zij die weten, weten, zelfs zonder dat ik iets zeg, en zij die niet weten, zij zullen mijn woorden niet kennen. Enig welke beschrijving van het leven aan een blinde man is zinloos. Hij die de nectar van het bestaan, het leven, heeft geproefd, daar hoef ik niet tegen te praten. Daarom ben ik stil', zei de Boeddha. Hoe kan je iets, zo intiems, zo persoonlijks, vertalen? Woorden kunnen dat niet. En vele geschriften in het verleden hebben dat al uitgeroepen, 'Woorden stoppen, waar de waarheid begint.' Dit argument was heel goed.

 

 

 

Maar de engelen zeiden, 'Ja, wij zijn het eens, wat jij zegt klopt. Maar Boeddha, kan jij degene die zich op de grens bevinden, in overweging nemen. Er zijn er een paar die zich in het midden bevinden. Die zijn nog volledig verlicht, nog volledig onwetend. Voor hun, kunnen een paar woorden, net een duw geven. Spreek ter wille van hun iets, zeg iets. En elk woord van jou, zal die stilte scheppen. Want het doel van woorden is om stilte te scheppen. Als woorden meer lawaai maken, dan hebben ze hun doel gemist.' De woorden van Boeddha zullen zeker stilte scheppen, want Boeddha is de manifestatie van Stile.



De lessen van het afgelopen studieblok:

 

263. Mijn heilige visie ziet alles als zuiver

 

1. Vader, Uw Denkgeest heeft al-wat-is geschapen, Uw Geest is erin binnengegaan, Uw Liefde heeft er leven aan gegeven. En zou ik dan wat U geschapen hebt willen zien als iets wat zondig kan worden gemaakt? Ik wil zulke duistere en angstwekkende beelden niet zien. Een gekkendroom is voor mij bepaald geen geschikte keus als alternatief voor alle lieflijkheid waarmee U de schepping hebt gezegend, al haar zuiverheid, haar vreugde en haar eeuwige, vredige thuis in U.

 

 

264. Ik ben omring door de Liefde van God

 

1. Vader, U staat voor en achter mij, naast mij, op de plaats waar ik mezelf zie, en overal waar ik ga. U bent in alles waarnaar ik kijk, in de geluiden die ik hoor, en in iedere hand die zich naar de mijne uitstrekt. In U verdwijnt de tijd, en wordt plaats een zinledig geloof. Want wat Uw Zoon omringt en hem veilig beschermt is de Liefde zelf. Er is geen andere bron dan deze, en er is niets dat niet in haar heiligheid deelt, niets dat buiten Uw ene schepping staat, of verstoken is van de Liefde die alles in zichzelf omvat. Vader, Uw Zoon is zoals Uzelf. Wij komen in Uw eigen Naam tot U vandaag, om binnen Uw oneindige Liefde in vrede te zijn.

 

265. De zachtaardigheid van de schepping is al wat ik zie

 

1. Ik heb inderdaad de wereld verkeerd begrepen, omdat ik mijn zonden erop heb gelegd en die naar me terug zag kijken. Hoe venijnig leken ze! En hoe misleid was ik te denken dat wat ik vreesde zich in de wereld bevond, in plaats van enkel in mijn denkgeest. Vandaag zie ik de wereld in de hemelse zachtaardigheid waarmee de schepping straalt. Er schuilt geen angst in. Laat niet de uiterlijke schijn van mijn zonden het hemelse licht verduisteren dat de wereld overstraalt. Wat daar weerspiegeld wordt, huist in de Denkgeest van God. De beelden die ik zie, weerspiegelen mijn gedachten. Toch is mijn denkgeest één met die van God. En zo kan ik de zachtaardigheid van de schepping zien.

 

266. Mijn heilig Zelf woont in jou, Zoon van God

 

1. Vader, U hebt me ál Uw Zonen gegeven als mijn verlossers en mijn raadgevers in het zien, als degenen die Uw heilige Stem tot mij brengen. In hen bent U weerspiegeld en in hen kijkt Christus terug naar mij vanuit mijn Zelf. Laat Uw Zoon Uw heilige Naam niet vergeten. Laat Uw Zoon zijn heilige Oorsprong niet vergeten. Laat Uw Zoon niet vergeten dat zijn Naam de Uwe is.

 

267. Mijn hart klopt mee in de vrede van God

 

2. Laat ik aan Uw Antwoord, niet aan het mijne gehoor geven. Vader, mijn hart klopt mee in de vrede die het Hart van Liefde heeft geschapen. Het is daar en daar alleen dat ik thuis kan zijn.

 

268. Laat alles zijn precies zoals het is

 

1. Laat me vandaag niet Uw criticus zijn, Heer, en tegen U oordelen. Laat ik niet proberen me te mengen in Uw schepping en die tot ziekelijke vormen te vervormen. Laat ik bereid zijn mijn wensen terug te trekken van haar eenheid, en haar aldus te laten zijn zoals U haar schiep. Want zo zal ook ik in staat zijn mijn Zelf te herkennen zoals U mij geschapen hebt. In liefde werd ik geschapen en in liefde zal ik voor eeuwig blijven. Wat kan me bang maken, wanneer ik alles laat zijn precies zoals het is?

 

269. Mijn ogen zijn gericht op Christus' gelaat

 

1. Ik vraag vandaag Uw zegen over mijn blik. Het is het middel dat U verkozen hebt als de manier om me mijn vergissingen te tonen en daaraan voorbij te zien. Het is me gegeven om met behulp van de Gids die U mij geschonken hebt tot een nieuwe waarneming te komen, en door middel van Zijn lessen de waarneming te overstijgen en tot de waarheid terug te keren. Ik vraag om de illusie die alle illusies te boven gaat die ik heb gemaakt. Vandaag kies ik ervoor een vergeven wereld te zien, waarin eenieder mij het gelaat van Christus toont, en me leert dat wat ik zie mij toebehoort; dat er niets is behalve Uw heilige Zoon.

 

270. Vandaag zal ik niet de ogen van het lichaam gebruiken

 

1. Vader, de visie van Christus is Uw gave aan mij; ze heeft het vermogen alles wat de ogen van het lichaam zien te vertalen in de aanblik van een vergeven wereld. Hoe heerlijk en bekoorlijk is deze wereld! Maar hoeveel meer zal ik erin waarnemen dan met de ogen valt te zien! Een vergeven wereld betekent dat Uw Zoon zijn Vader erkent, zijn dromen tot de waarheid laat brengen en vol verwachting uitziet naar het ene nog resterende moment in de tijd, die voorgoed eindigt wanneer de herinnering van U tot hem terugkeert. En nu is zijn wil één met de Uwe. Zijn functie is nu slechts die van Uzelf, en iedere gedachte behalve de Uwe is verdwenen.

 

6. Wat is de Christus?

 

1. Christus is de Zoon van God zoals Hij Hem geschapen heeft. Hij is het Zelf dat wij delen, dat ons met elkaar verenigt, en tevens met God. Hij is de Gedachte die nog steeds woont in de Denkgeest die Zijn bron is. Hij heeft Zijn heilige woning niet verlaten, noch de onschuld verloren waarin Hij geschapen werd. Hij woont voor eeuwig onveranderd in de Denkgeest van God.

 

271. Het is de visie van Christus die ik vandaag gebruiken wil

 

2. Vader, de visie van Christus is de weg tot U. Wat Hij aanschouwt, nodigt de herinnering van U uit weer in mij te worden hersteld. En ik besluit dat dit het zal zijn waar ik vandaag naar kijk.

 

272. Hoe kunnen illusies Gods Zoon voldoening schenken?

 

1. Vader, de waarheid behoort mij toe. Mijn woning is door Uw Wil en de mijne in de Hemel vastgesteld. Kunnen dromen mij tevredenstellen? Kunnen illusies me geluk brengen? Wat anders kan Uw Zoon voldoening schenken dan de herinnering van U? Ik wil niets minder aanvaarden dan U mij gegeven hebt. Ik ben omringd door Uw Liefde, voor eeuwig stil, eeuwig mild en eeuwig veilig. Gods Zoon moet wel zijn zoals U hem hebt geschapen.

 

273. De stilheid van Gods vrede is mijn deel

 

2. Vader, Uw vrede is mijn deel. Waarom zou ik dan bang zijn dat iets me kan beroven van wat U zou willen dat ik behoud? Ik kan Uw gaven aan mij niet verliezen. En dus is de vrede die U aan Uw Zoon gegeven hebt nog steeds bij mij, in de stilte en in mijn eigen eeuwige liefde voor U.

 

274. Vandaag behoort aan liefde toe. Laat me niet bang zijn

 

1. Vader, vandaag wil ik alles laten zijn zoals U het geschapen hebt, en Uw Zoon de eer geven die bij zijn zondeloosheid past: de liefde van een broeder voor zijn broeder en zijn Vriend. Hierdoor ben ik verlost. Hierdoor ook zal de waarheid binnentreden waar eens illusies waren, licht zal alle duisternis vervangen en Uw Zoon zal weten dat hij is zoals U hem geschapen hebt.

 

275. Gods helende Stem beschermt alles vandaag

 

2. Uw helende Stem beschermt alles vandaag en dus laat ik alles over aan U. Over niets hoef ik me zorgen te maken. Want Uw Stem zal me zeggen wat ik moet doen en waarheen ik moet gaan, tegen wie ik moet spreken en wat ik hem moet zeggen, welke gedachten ik moet denken en welke woorden ik de wereld geven moet. De geborgenheid die ik breng, wordt mij gegeven. Vader, Uw Stem beschermt alles, door mij heen.

 

276. Het is mij gegeven Gods Woord te spreken

 

2. Vader, Uw Woord is het mijne. Dit nu wil ik tot al mijn broeders spreken, die mij gegeven zijn om hen als de mijnen te koesteren, zoals ik door U bemind ben, gezegend en verlost.


Nadat we het lessen blok bij Wat is het Lichaam? zijn gepasseerd en daarmee ruimte hebben gecreëerd, doordat wij ons niet meer (volledig) met het lichaam identificeren. Nodigt de Cursus ons in het lessen blok Wat is de Christus? uit om onze blik op ons ware Zelf, onze ware Identiteit te richten.

 

Laten we Zijn Vaderschap aanvaarden en alles wordt ons gegeven. (W.dlI.276:5)

 

Ik herken al snel waarom ik korte tijd terug weer een aanleiding voelde om het tekstboek van de Cursus opnieuw te gaan lezen. Meteen al in het begin bij hoofdstuk 3 kwam ik binnen in mij uit in een gebied van grootse tegenstand, toen ik weer las over het autoriteitsprobleem. De Cursus noemt dit probleem 'de wortel van alle kwaad'. (T.3.VI.7:3)

 

Het werd mij duidelijk dat het ego op dit punt ernstig in het nauw gedreven wordt en er dus ook alles aan zal doen om tegenstand te bieden tegen mijn aanvaarding van het feit dat God mijn Schepper is. Volwaardige aanvaarding van dit feit maakt immers dat er in mij voor het ego geen plaats meer is. Met deze aanvaarding wordt ten slotte ook zijn nietigheid getoond. Toen ik naar mijn aanvaarding keek, zag ik hoe wolken van woede en verdriet door mijn denkgeest heen bewogen. Niet veel later verleidde het ego mij weer om mijn blik naar buiten te richten door mijn aandacht te richten op een stuk dat op Facebook werd gedeeld. Het ego toonde mij een oordeel van onwaardigheid en riep mij zo op om als autoriteit, de deler meteen terecht te wijzen. Mijn geluk in dit geval was dat ik de deler inmiddels goed ken en hij mij ook. Zo zag ik al snel in dat de mijn groeiende frustratie en veroordeling in ons Facebook chat gesprek, niet door de Heilige Geest werd geinspireert, maar door het ego werd gebruikt als afleiding om niet langer naar binnen te kijken. Ik verontschuldigde mij meteen bij mijn gesprekspartner en zette daarna een stap opzij.

 

Zo behield ik mijn besef van de aanwezige ego weerstand voor mijn aanvaarding van mijn ware Identiteit en gaf ik de Heilige Geest de ruimte om mij te helpen om in rust en vrede naar deze weerstand te kijken. Tijdens de MIC Ontmoetingszondag, maar ook kort daarvoor in mijn relatie met mijn partner, zag ik dat ik wel al onverstoorde ruimte had om te aanvaarden dat alle anderen door God zijn geschapen. Ik ervoer dit als het eerste afbrokkelen van deze ego blokkade. Blij verrast was ik vervolgens om slechts 2 dagen later de dag te mogen starten met de woorden, Het is mij gegeven Gods Woord te spreken. Zo ontving ik opnieuw de uitnodiging tot het vergeven van mijn autoriteitsprobleem.

 

Dit vergeven hoeven wij gelukkig niet alleen te doen. Jezus en de Heilige Geest - die altijd bij ons zijn - treden hier juist nog meer naar voren. Zo reiken ze ons hun hand en voeren ons in vrede voorbij deze duistere ego weerstand.