· 

ECIW Werkboek Herhaling I (1 - 60)

Inzicht in Een cursus in wonderen Werkboek

Herhaling I (1 - 60)



Als ik kijk naar deze eerste lessen van het werkboek van Een cursus in wonderen, dan moet ik vaak denken aan de film 'The Karate kid'. Daniel wordt hierin bij de start van zijn Karate training door zijn meester - Mr. Miyagi - eerste flink aan het werk gezet. Hij moet alle auto's wassen, het houten terras schrobben en de enorme houten schutting schilderen. Elke keer vertelt Mr. Miyagi hem precies op welke wijze hij dit moet doen. Met in het vooruitzicht nog meer kluswerk, reageert Daniel geïrriteerd naar zijn meester. 'Wanneer start nu eens mijn karate training'. Dan laat Mr. Miyagi aan Daniel zien dat hij met al zijn schoonmaakwerk en de daarbij voorgeschreven wijze van bewegen, inmiddels al de meest basale stappen van karate heeft geleerd.

 

Het werkboek van Een cursus in wonderen werkt in principe niet heel anders. Natuurlijk, er staan lessen tussen met prachtige en inspirerende teksten. Maar hoe dit leren en oefenen nu precies ervoor moet zorgen dat de manier waarop je nu ziet, ongedaan wordt gemaakt? Dat valt toch moeilijk te doorgronden.

 

Op dat punt is het van belang om te beseffen dat deze Cursus wordt gegeven door de grootste Meester die bestaat. De Heilige Geest spreekt in deze lessen ten slotte tot ons. Sommige studenten zullen het misschien wel prettiger vinden om zich voor te stellen dat het Jezus is die deze Cursus geeft. Dat maakt uiteindelijk niet uit, omdat Jezus zich zelf, in zijn leven, volledig heeft heréénigd met de Heilige Geest. Het onderscheid is dus niet van belang en mag dus liggen aan de persoonlijke voorkeur.

 

Het belangrijkste is dat je leert de Cursus en haar lessen te vertrouwen. Ze brengen je gegarandeerd tot het beloofde doel. Het kan echter nog wel zo zijn dat je als student op voorhand nog niet helemaal helder hebt, wat dit doel nu precies is of wel betekent. Maar dat is nu juist het gene waar Deel II van het werkboek zich op richt.

 

Dus oefen jezelf, naast je dagelijkse oefening, vooral ook in geduld.

 


Lessen

  1. Niets wat ik...zie betekent iets

  2. Ik heb alles wat ik...zie alle betekenis gegeven die het voor mij heeft

  3. Ik begrijp niets wat ik...zie

  4. Deze gedachten betekenen niets

  5. Ik voel nooit onvrede om de reden die ik denk

  6. Ik voel onvrede omdat ik iets zie wat er niet is

  7. Ik zie alleen het verleden

  8. Mijn denkgeest is voortdurend bezig met voorbije gedachten

  9. Ik zie niets zoals het nu is

 10. Mijn gedachten betekenen niets

 11. Mijn betekenisloze gedachten laten mij een betekenisloze wereld zien

 12. Ik voel onvrede omdat ik een betekenisloze wereld zie

 13. Een betekenisloze wereld baart angst

 14. God heeft geen betekenisloze wereld geschapen

 15. Mijn gedachten zijn beelden die ik heb gemaakt

 16. Ik heb geen neutrale gedachten

 17. Ik zie geen neutrale dingen

 18. Ik ben niet de enige die de gevolgen ervaart van mijn zien

 19. Ik ben niet de enige die de gevolgen ervaart van mijn gedachten

 20. Ik ben vastbesloten te zien

 21. Ik ben vastbesloten de dingen anders te zien

 22. Wat ik zie is een vorm van wraak

 23. Ik kan ontsnappen aan de wereld die ik zie door aanvalsgedachten op te geven

 24. Ik zie niet wat mijn hoogste belang is

 25. Ik weet van niets waartoe het dient

 26. Mijn aanvalsgedachten zijn een aanval op mijn onkwetsbaarheid

 27. Ik wil niets liever dan zien

 28. Ik wil niets liever dan de dingen anders zien

 29. God is in alles wat ik zie

 30. God is in alles wat ik zie, want God is in mijn denkgeest

 31. Ik ben niet het slachtoffer van de wereld die ik zie

 32. Ik heb de wereld die ik zie bedacht

 33. Er is een andere manier om naar de wereld te kijken

 34. Ik zou in plaats hiervan vrede kunnen zien

 35. Mijn denkgeest is deel van Die van God. Ik ben heel heilig

 36. Mijn heiligheid omsluit al wat ik zie

 37. Mijn heiligheid zegent de wereld

 38. Er is niets wat mijn heiligheid niet kan

 39. Mijn heiligheid is mijn verlossing

 40. Ik ben als Zoon van God gezegend

 41. God vergezelt me, waar ik ook ga

 42. God is mijn kracht. Visie is Zijn geschenk

 43. God is mijn Bron. Los van Hem kan ik niet zien

 44. God is het licht waarin ik zie

 45. God is de Denkgeest waarmee ik denk

 46. God is de Liefde waarin ik vergeef

 47. God is de kracht waarop ik vertrouw

 48. Er valt niets te vrezen

 49. Gods stem spreekt tot mij, heel de dag

 50. Ik word gedragen door de Liefde van God

Herhaling I

 51. (1 - 5)

 52. (6 - 10)

 53. (11 - 15)

 54. (16 - 20)

 55. (21 - 25)

 56. (26 - 30)

 57. (31 - 35)

 58. (35 - 40)

 59. (41 - 45)

 60. (46 - 50)



Het doel van het werkboek van Een cursus in wonderen is om je denkgeest te trainen om te denken volgens de richting die het tekstboek aangeeft. Het eerste deel van het werkboek richt zich daarbij op het ongedaan maken van de manier waarop je nu ziet.

 

Om die reden start het werkboek meteen met het geven van inzicht in je huidige manier van zien. Na de eerste zes lessen wordt je daarbij meteen geconfronteerd met de les:'Ik zie alleen het verleden', die deze eerste lessen integreert en daarbij het volgende beeld introduceert:

 

2. Oude ideeën over tijd zijn bijzonder moeilijk te veranderen, omdat alles waarin je gelooft geworteld is in de tijd en steunt op het feit dat je deze nieuwe denkbeelden hierover niet leert. En dat is nu precies de reden waarom je nieuwe ideeën over tijd nodig hebt. Dit eerste tijd-idee is niet echt zo vreemd als het in eerste instantie mag klinken.

 

Op dit soort punten zoekt de Cursus bewust de confrontatie op. Maar besef dat de Cursus jou nooit met jouw Zelf confronteert. Wat is deze lessen wel geraakt wordt is jouw zelf gevormde zelfbeeld. Dat is nu juist het zicht dat je met hulp van de Cursus, ongedaan zal maken. Daarom zet de Cursus deze confrontatie ook nog even in haar lessen door. Zo zal ook het ego zich beginnen te roeren als jij hem met jouw leren confronteert met lessen zoals:

 

Wat ik zie is een vorm van wraak - Ik zie niet wat mijn hoogste belang is - Ik weet van niets waartoe het dient - Ik heb de wereld die ik zie bedacht.

 

Hoezo?, zal het ego misschien beginnen te vragen. Maar dan start juist de Cursus ook met het introduceren van de gedachten van jouw ware Zelf. Zo leest je denkgeest daar achtereenvolgens:

 

Mijn denkgeest is deel van Die van God. Ik ben heel heilig - Mijn heiligheid omsluit al wat ik zie - Mijn heiligheid zegent de wereld - Er is niets wat mijn heiligheid niet kan - Mijn heiligheid is mijn verlossing.

 

Nu je denkgeest zo even helder wordt, confronteert de Cursus hem met de gedachte: Ik ben als Zoon van God gezegend. Om te vervolgen met zeven lessen die allemaal starten met het woord ' God'. Deze lessen zoeken de diepte van je denkgeest op, waar je herinnering aan jouw ware Zelf en aan God verborgen ligt. Laat je niet verrassen als je in deze stap naar binnen toe, met angst wordt geconfronteerd. Angst is de grootse verdediging die het ego heeft geïnstalleerd om te voorkomen dat jij ooit nog tot je Godsherinnering terug zal keren. De Cursus zal je uiteindelijk leren dat deze angst niet werkelijk is en spreekt je daarom ook hier moed in met haar les:

 

Er valt niets te vrezen.

 

En dat klopt. Maar het kan mogelijk nog wel wat tijd en oefening vergen om te beseffen dat - er valt niets te vrezen - uiteindelijk staat voor het gegeven dat jij God niet vrezen hoeft. Om dat besef weer in jouw herinnering op te roepen, sluit de Cursus daarom ook dit eerste studieblok af met de les:

 

Ik word gedragen door de Liefde van God.

 

Het is met deze les dat je leren mag:

 

3. Alleen de Liefde van God zal jou in alle omstandigheden beschermen. Ze zal je boven elke beproeving uittillen, en je hoog boven alle vermeende gevaren van deze wereld verheffen tot een sfeer van volmaakte vrede en veiligheid. Ze zal jou voeren naar een denkstaat die door niets bedreigd, door niets verstoord kan worden, en waar niets de eeuwige kalmte van de Zoon van God verbreken kan.


Het is het doel van dit werkboek is je denkgeest te trainen om te denken volgens de richting die het tekstboek aangeeft. Het eerste deel van het werkboek richt zich daarbij op het ongedaan maken van de manier waarop je nu ziet.

 

Naast de training die je doet met het toepassen van de lessen, bevat het werkboek ook meteen een training in het aanbrengen van een dagelijkse structuur. Die start - als het goed is - met het lezen van de les in de ochtend. Het doen van enkele oefeningen of herhalingen, gedurende de dag. En uiteindelijk het afsluiten van de dag met het nog een keer lezen van de les en het doen van een laatste oefening.

 

Het trainen van je denkgeest met behulp van deze dagelijkse structuur, laat je denkgeest wennen aan de momenten waarbij jij je aandacht voor even af wendt van de wereld. Je aandacht richt zich in het verloop van de Cursus steeds meer op jouw innerlijk en zal daarbij ook meer een meer gericht worden op het ervaren van wat zich daar voor doet en afspeelt.

 

In dit innerlijk wordt uiteindelijk ook het echte werk verricht. Hier ligt ten slotte ook de oorzaak van jouw huidige ervaringen. En hier ligt het antwoord - de Heilige Geest - die klaar staat om jou te leiden en begeleiden in je zoektocht naar de blokkades die nu nog je zicht op je ware Zelf en op God, voor jou verborgen houden.

 

De Cursus zal je helpen om al deze blokkades te vinden en ook op te ruimen. De snelheid waarmee dit gebeurd, wordt bepaalt door jouw bereidheid. Jij hoeft uiteindelijk ook niet zelf iets op te ruimen. Jij hoeft slechts toe te staan dat dit gebeurd.

 

De laatste les van dit studieblok die in de herhaling als volgt wordt verwoord:

 

5. (50) Ik word gedragen door de Liefde van God.

Wanneer ik luister naar Gods Stem, word ik door Zijn Liefde gedragen. Wanneer ik mijn ogen open, verlicht Zijn Liefde de wereld zodat ik kan zien. Wanneer ik vergeef, herinnert Zijn Liefde mij eraan dat Zijn Zoon zondeloos is. En wanneer ik de wereld bezie met de visie die Hij me heeft gegeven, herinner ik mij: ik ben Zijn Zoon.

 

mag je dan ook zien als de uitnodiging van God om met de hulp van Een cursus in wonderen, jouw verlossing te aanvaarden.