· 

ECIW Werkboek Herhaling II (61 - 90)

Inzicht in Een cursus in wonderen Werkboek

Herhaling II (61 - 90)



Iedere student die in het werkboek start met les 61. Ik ben het licht van de wereld, zou zich per direct de blijdschap van onze werkelijkheid kunnen realiseren. God is opeens heel dichtbij maar de, met dit besef gepaard gaande, vreugde wordt in deze fase van het leerproces veelal nog onderdrukt of wel overschaduwd door de stem van het ego. Die wil niet dat wij ons onze werkelijkheid herinneren, omdat de herinnering van onze werkelijkheid geen plaats voor hem biedt. Wie zich in deze fase nog grotendeels identificeert met het ego zal de angst die zijn stem creëert vaak als een eigen angst ervaren.

 

De Cursus laat ons in deze fase van ons leerproces vooral zien wat onze werkelijkheid is. Dit inzicht wordt ons niet geboden met het doel om ons te veroordelen. De Cursus vraagt ons hier slechts om in te zien wat wij ons, met onze keuze voor het ego, ontzeggen. Dat wij steeds kiezen voor het ego, is dan ook het belangrijkste inzicht, dat dit deel van onze studie, ons biedt.

 

Het inzicht dat het ego een keuze is, volgt uit onze bereidheid om ons voor het alternatief dat de Cursus biedt, te openen. Natuurlijk hoeven wij niet meteen alles wat de Cursus schrijft te geloven. Onze bereidheid is in deze fase van onze studie voldoende, omdat die ons in staat stelt om met de gedachten die de Cursus biedt, te oefenen. Met dit oefenen leidt de Cursus ons in relatieve rust, voorbij de angsten die het ego op werpt. Tegelijkertijd biedt zij ons met haar alternatief, het vermogen om ons van onze identificatie met het ego te ontdoen.

 

Wie dit ziet, zal merken dat de Cursus altijd in alle lagen van ons bewustzijn werkt.


Lessen


Ik ben het licht van de wereld. Dat is mijn enige functie.

Dat is de reden waarom ik hier ben.

 

Wie deze Cursus begon met vragen als, wat ben ik en waarom ben ik hier, vindt in les 61 van het werkboek het antwoord. Het vinden van dit antwoord zal echter niet direct betekenen dat daarmee alles duidelijk is. De betekenis van dit antwoord zal nog wel moeten worden geleerd om te worden begrepen. Dit deel van het werkboek richt zich dan ook op het begrip van onze werkelijkheid. Ten dele biedt de Cursus ons daarbij dit begrip met het inzicht in de illusoire aard van hetgeen wij nog voor werkelijk houden. Vergeving wordt hierbij geïntroduceerd als het middel dat ons uit deze illusie en naar onze werkelijkheid leidt.

 

Jouw vergeving zal de wereld van duisternis voeren naar het licht. Jouw vergeving laat je het licht herkennen waarin jij ziet. Vergeving is de demonstratie dat jij het licht van de wereld bent. Via jouw vergeving keert de waarheid over jezelf in je herinnering terug. Daarom ligt jouw verlossing in je vergeving.

 

Ik ben hier dus om te vergeven. Wat ik te vergeven heb, zijn ilusies die ik nu nog voor werkelijk hou.

 

Van waar jij staat, kun je geen enkele reden zien te geloven dat er achter de wolken een schitterend licht schuilgaat. De wolken lijken de enige werkelijkheid. Het lijkt of zij alles zijn wat er valt te zien. Daarom probeer je niet erdoorheen en ervoorbij te gaan, wat de enige manier is waardoor jij er werkelijk van overtuigd zou raken dat ze iedere substantie missen.

 

De Cursus wekt in ons weer het verlangen om terug te keren tot het licht van onze bron. Dit verlangen maakt het voor ons mogelijk om onze, voor werkelijkheid gehouden, illusies te vergeven. De Cursus laat ons zien dat vergeven onze werkelijke wil is, omdat vergeven gelijk staat aan geluk. De Cursus maakt daarbij wel duidelijk dat vergeving zich richt op ons innerlijk. Het gegeven is dat wij niet zo zeer te maken hebben met een illusoire wereld, maar met een illusoir beeld van onze innerlijke werkelijkheid.

 

Jouw beeld van de wereld kan alleen maar een weerspiegeling zijn van wat er binnen jou is. Noch de bron van het licht, noch van de duisternis kan buiten jou worden gevonden. Grieven verduisteren je denkgeest en je kijkt uit over een verduisterde wereld. Vergeving heft die duisternis op, doet jouw wil opnieuw gelden en laat jou kijken naar een wereld van licht. We hebben herhaaldelijk beklemtoond dat de barrière van grieven makkelijk te nemen valt en niet tussen jou en je verlossing in kan staan. De reden hiervan is heel eenvoudig. Wil je werkelijk in de hel zijn? Wil je werkelijk treuren en lijden en sterven?

 

Het aanvaarden dat de oorzaak altijd in ons ligt en niet buiten ons, maakt dat wij ons niet meer laten verleiden door de beelden die wij zien, maar onze volledige aandacht kunnen richten op onze innerlijke vergeving. Deze aanvaarding verwoordt de Cursus in de volgende uitspraak:

 

Het licht is gekomen. Ik heb de wereld vergeven.

 

Niet langer zoek ik nu nog voor de oorzaak van mijn problemen, buiten mij. Niet langer ook geef ik iets buiten mij de schuld. Maar ook zoek ik niet langer voor oplossingen buiten mij.

 

We hebben eerder opgemerkt hoeveel zinloze zaken jou verlossing toeschenen. Elk heeft jou gekluisterd met wetten die even zinloos zijn als die zaak zelf. Je bent niet aan die wetten gebonden. Maar om te begrijpen dat dit zo is, moet je eerst beseffen dat daarin geen verlossing ligt. Zolang je die zoekt in dingen die geen betekenis hebben, bind jij jezelf aan wetten die onzinnig zijn. Zo probeer je te bewijzen dat verlossing is waar ze niet is.

 

De oorzaak van al mijn problemen, ligt in mij en tegelijkertijd ook, ligt de oplossing van al mijn problemen in mij.

Maar de Cursus schrijft wel:

 

Een probleem kan niet worden opgelost als je niet weet wat het is. Zelfs als het in werkelijkheid al is opgelost, zul jij nog steeds het probleem hebben, omdat je niet inziet dat het is opgelost. Zo staat het met de wereld. Het probleem van de afscheiding, dat eigenlijk het enige probleem is, is al opgelost. Toch wordt de oplossing niet gezien, omdat het probleem niet wordt gezien.

 

Zo richt de Cursus ons hier op de oorzaak van al onze problemen.

 

Als jij bereid bent je problemen te zien, zul je inzien dat je geen problemen hebt. Jouw ene kernprobleem is opgelost en je hebt geen ander. Daarom moet je wel in vrede zijn. Verlossing hangt daarom af van het zien van dit ene probleem en het begrijpen dat het is opgelost. Eén probleem, één oplossing. De verlossing is volbracht. Vrijheid van conflicten is jou gegeven. Accepteer dat feit en je bent klaar je rechtmatige plaats in Gods verlossingsplan in te nemen. 

  

Het probleem van de afscheiding is dus al opgelost. Wat opgelost is, kan geen probleem meer zijn. Maar ons geloof in dit gegeven vraagt nog wel enige oefening.


Helen Schucman, de vrouw die het innerlijke dictaat van Een cursus in wonderen heeft opgeschreven, werd zelf geen levend voorbeeld van hoe de Cursus je leven kan transformeren. Gevraagd naar hoe het toch kan dat zij na het opschrijven van de Cursus weer zo door haar ego werd bevangen, antwoordde Helen met de volgende zin:

 

Ik weet dat de Cursus waar is, maar ik geloof haar niet.

 

Ik herken het besef van dit weten. Tegelijkertijd herken ik ook de moeilijkheid om de waarheid van dit weten te geloven. Maar ik weet wel dat mijn oefenen met de Cursus maakt dat ik haar leer te vertrouwen. Zo zie ik in dat waarheid geen geloof nodig heeft. Alleen illusies hebben geloof nodig om ze de schijn van werkelijkheid te geven. De Cursus leert ons weer zien dat deze werkelijkheid slechts schijn is en vraagt ons om ons geloof in onze illusies te vergeven. Doordat wij zo onze illusies niet meer voeden, lossen zij vanzelf op.

 

De wil om te vergeven wordt veelal geblokkeerd door het beeld dat er niets over blijft als illusies verdwijnen. Het ego maakt gretig gebruik van deze mogelijkheid om zich tegen de waarheid te verdedigen door dit beeld met angst te vullen.

 

Natuurlijk zou het dan fijn zijn als je met geloof in uitspraken zoals:

 

Ik ben het licht van de wereld

Liefde schiep mij als zich zelf

Ik heb recht op wonderen

 

de angst van dit beeld zou kunnen verdrijven.

 

Maar omdat geloof de oorzaak is van al onze problemen -wij geloven ten slotte ook dat de afscheiding werkelijk heeft plaats gevonden - nodigt de Cursus ons uit om ons te richten op de ervaringen die wij, met het beoefenen van haar lessen, krijgen. Deze ervaringen zullen er voor zorgen dat wij een ander beeld krijgen van onze werkelijkheid.

 

De angst dat deze werkelijkheid niets is, zal daardoor verdwijnen. Ook verdwijnen zo de wolken van illusies die onze denkgeest verduisteren, doordat wij hun geen geloof meer schenken.

 

Het licht is gekomen, vraagt nu niet meer om geloof, omdat het een gegeven is.

Het zien van dit gegeven opent onze ogen.