· 

ECIW Werkboek Herhaling V (151 - 180)

Inzicht in Een cursus in wonderen Werkboek

Herhaling V (151 - 180)



God is louter liefde, en dus ben ik dat ook.

 

De Cursus geeft ons vooral heel veel inzicht in het ego. Dat is niet voor niks, want onze identificatie met dit ego is zo groot dat het als ons zelf wordt ervaren. Dit wekt de suggestie van een eenheid die geen mogelijkheid biedt om los van het ego te bestaan. Als het ego echter met de hulp van de Cursus, voor ons zichtbaar wordt, dan ontstaat er ruimte. In die ruimte verschijnt de Heilige geest nu als alternatief, waardoor wij weer een mogelijkheid van keuze krijgen. Maar doordat wij ons ware Zelf hebben ontkent, kost het wel enige tijd en ook enige oefening om met een keuze voor de Heilige geest ook weer zicht te krijgen op onze werkelijkheid.

 

In die zin bevatten de werkboeklessen een soort van golving. Dan weer ligt de nadruk op het zien van het ego. Dan weer krijgen wij een inzicht in ons ware Zelf aangereikt. Zou dat laatste niet gebeuren, dan zou je al snel het gevoel kunnen krijgen dat het loslaten van het ego leidt tot een oneindig verblijf in één leeg niets. Wees ook niet verrast te merken dat het ego deze gedachte graag zal gebruiken om te voorkomen dat wij volkomen en volmaakt kiezen voor ons ware Zelf. Voor het ego betekent dit namelijk zijn einde. Liever wil hij ons natuurlijk kluisteren in het geloof dat deze keuze leidt tot ons einde.

 

Als je vanuit deze inleiding de titels van de werkboeklessen van dit studieblok leest, dan zal je kunnen zien dat dit deel zich richt op inzicht in ons ware Zelf. Om die reden reiken deze lessen ook een aantal voorname inzichten aan die het mogelijk maken om ons van deze kluistering van het ego te bevrijden.


Lessen


Het ego wil ons doen geloven dat wij een lichaam zijn, maar de Cursus biedt ons een ander perspectief:

 

12. Dit is jouw opstanding, want je leven maakt geen deel uit van wat jij ook maar ziet. Het staat buiten het lichaam en de wereld, gaat elke getuige van onheiligheid voorbij en bevindt zich binnen het Heilige, heilig als het Heilige zelf. In alles en iedereen wil Zijn Stem tot jou spreken over niets anders dan jouw Zelf en je Schepper, die één met Hem is. Zo zul je in alles het heilig gelaat van Christus zien, en in alles geen andere klank vernemen dan de weerklank van Gods Stem.

 

Het is ons geloof in het ego die de gedachte van afscheiding mogelijk maakt. Maar geloof is een keuze. Wij bezitten nog steeds de macht om te komen tot een andere keuze.

 

De macht om te beslissen is aan mij. 

Vandaag zal ik mijzelf aanvaarden zoals mijn Vaders Wil mij geschapen heeft. 

 

Onze aanvaarden betekent hier nog niet dat onze keuze al volmaakt is. Het betekent wel dat wij nu open staan voor een andere ervaring. Een ervaring van onze werkelijkheid. Hiertoe biedt het werkboek ons nu enkele oefeningen aan die ons uiteindelijk leiden tot het besef.

 

160. Ik ben thuis. Angst is hier de vreemdeling

 

Angst of ego is hetgeen waarmee wij ons zolang hebben geindentificeerd. 

 

1. Angst is een vreemdeling op de wegen der liefde. Vereenzelvig je met angst en je zult voor jezelf een vreemde zijn. En dus ben jij aan jezelf onbekend. Wat jouw Zelf is, blijft een buitenstaander voor het deel van jou dat meent dat het werkelijk is maar anders dan jijzelf. Wie kan in zulke omstandigheden bij zinnen zijn? Wie anders dan een gek zou kunnen geloven dat hij is wat hij niet is, en tegen zichzelf oordelen?

 

Nu wordt ons echter geleerd dat angst niet werkelijk is en het ego onmogelijk onze identiteit kan zijn. Dit besef bekrachtigen wij vervolgens met de zin:

 

Ik ben zoals God mij geschapen heeft.

 

1. Deze ene gedachte, stevig in de denkgeest vastgehouden, zal de wereld verlossen. We zullen dit van tijd tot tijd herhalen, wanneer we een nieuwe leerfase binnengaan. Naarmate je vordert, zal het veel meer voor jou gaan betekenen. Deze woorden zijn heilig, want het zijn de woorden die God als antwoord gaf op de wereld die jij hebt gemaakt. Hierdoor verdwijnt ze, en alle dingen die in haar mistige wolken en ijle illusies worden gezien, vervliegen wanneer deze woorden worden gesproken. Want ze komen van God.

 

En waar het ego meteen reageert met de gedachte dat verlossing dan dus wel moet leiden tot het einde en dus zou moeten worden gevreesd, staat de Cursus al meteen klaar om ons te laten oefenen met de zin:

 

163. Er is geen dood. De Zoon van God is vrij 

 

Op dit punt brengt onze oefening ons naar de plek waar onze gedachte van afscheiding verblijft. Deze plek zal bij de eerste benadering veel te zijn gevuld, want hier huist ook de laatste blokkade voor onze verlossing die wordt gevormd door onze angst voor God.

 

170. Er schuilt geen wreedheid in God en evenmin in mij

 

Leert ons dat wij deze angst alleen meer hoeven te aanschouwen. Zij heeft geen enkele macht en berust slechts op ons geloof dat afscheiding mogelijk is. Als dat geloof met ons oefenen wordt weggenomen, kan ook worden opgemerkt dat deze angst oplost. Zodoende vinden wij op deze plek, die wij zolang hebben gemeden, uiteindelijk niet ons einde, maar onze hereniging met datgene dat nooit echt was verdwenen, maar dat wij door het geloof in het ego niet meer konden zien.

 

God is louter Liefde, en dus ben ik dat ook.

Alleen dit Zelf kent Liefde. Alleen dit Zelf is volmaakt consistent in Zijn Gedachten, kent Zijn Schepper, begrijpt Zichzelf, is volmaakt in Zijn kennis en in Zijn Liefde, en wijkt nooit af van Zijn onveranderlijke staat van eenheid met Zijn Vader en Zichzelf.


Deze cursus werd gezonden om het pad van licht voor ons te ontsluiten, en ons stap voor stap te leren hoe we terug kunnen keren naar het eeuwige Zelf dat we dachten te hebben verloren.

 

En wat is het fijn dat deze zending ons in haar pure vorm bereikt. Dat er niet eerst weer 2000 jaar zijn verstreken, waarin het ego de mogelijkheid kreeg om zich in de zending te mengen en haar daarmee aan te wenden voor zijn ego doel. Het ego wil niet dat wij weer herkennen wat wij dachten te hebben verloren. De Cursus maakt ons duidelijk waarom het ego dit niet wil, omdat onze herkennen betekent dat wij geen geloof meer aan het ego zullen geven.

 

Deze terugtrekking van ons geloof leidt er uiteindelijk toe dat het ego zal oplossen in het niets waaruit het is voortgekomen. Maar dat betekent niet dat wij in dit oplossen, ook zullen verdwijnen. Angst die met dit oplossen gepaard gaat is van het ego zelf. Wie zich daar nog mee identificeert, zal deze angst als zijn eigen angst ervaren en zal daarom maar al te graag weer de hand van het ego grijpen op het moment dat die hem roept.

 

Wie echter al is gezegend met enige ervaring van waarheid of wel wie de waarheid al kan aanvaarden, voordat de ervaring tot hem komt. Die zal in blijdschap deze hand van het ego afwijzen.

Hij heeft ook geen mogelijkheid meer om naar deze hand te grijpen, doordat zijn linkerhand inmiddels de hand van Jezus heeft gegrepen, terwijl hij zich met zijn rechterhand verder laat leiden door de hand van de Heilige Geest.