· 

ECIW Werkboek Herhaling VI (181 - 220)

Inzicht in Een cursus in wonderen Werkboek

Herhaling VI (181 - 220)



Ik ben niet een lichaam. Ik ben vrij. Want ik blijf wat ik ben, zo schiep God mij.

 

Misschien ben je wel aan deze Cursus begonnen vanuit een verlangen naar een beter leven. Mogelijk dat je dan net als ik ook bent verrast of misschien ook wel teleurgesteld, dat deze Cursus zich daar niet direct mee bezig houdt. De Cursus richt zich namelijk niet op de gevolgen, maar op het probleem en dus ook oorzaak die onze onvrede maakt.

 

Deze onvrede die de aanleiding vormt voor het verlangen naar een beter leven komt niet voort uit de omstandigheden waarin wij verblijven. Een beter leven zal daarom ook geen antwoord geven dat daadwerkelijk onze onvrede stilt. Het is daarom dat de Cursus ons naar binnen wijst als wij daadwerkelijk het antwoord willen vinden. In ons innerlijk ligt namelijk niet alleen het probleem maar ligt ook haar oplossing verborgen. Het ego zal ons hierin echter niet kunnen vergezellen, omdat het deze reis naar binnen toe vreest.

 

Deze laatste lessen van deel I van het werkboek richten zich dan ook op onze aanvaarden van ons ware doel. Wij zoeken niet werkelijk naar een betere wereld, maar naar de eeuwige vrede van God. Met de aanvaarding van dit doel, zal het ons ook makkelijker vallen om met aandacht het pad te volgen dat ons door de Heilige Geest wordt aangereikt.


Lessen


Onze aanvaarding van het doel van de Cursus zal zich niet kunnen baseren op een blind geloof. Zij dient voort te komen uit daadwerkelijke ervaring van het doel. Alleen zo wordt aanvaarding werkelijk mogelijk. Het ego is namelijk prima in staat om bij geloof twijfel te saaien. Maar een daadwerkelijke ervaring kan ons niet meer door het ego worden ontnomen. Daarom nodigt de Cursus ons in haar lessen uit om ons voor deze ervaring te openen.

 

Wanneer je een ogenblik stil bent, wanneer de wereld van jou wijkt, wanneer ideeën zonder waarde ophouden waarde te hebben in je rusteloze denkgeest, dan zul je Zijn Stem horen. Het roept jou zo doordringend toe dat jij je niet langer tegen Hem verweren zult. In dat ogenblik neemt Het jou naar Zijn huis en zul jij bij Hem blijven in volmaakte stilheid, sereen en in vrede, aan alle woorden voorbij, door angst en twijfel onberoerd, in de sublieme zekerheid dat jij thuis bent.

 

Daarbij toont de Cursus ook weer hoe wij het zelf zijn die ons van ons doel behoeden.

 

Je leeft aan de hand van symbolen. Je hebt namen bedacht voor alles wat jij ziet. Elk ding wordt een afzonderlijke entiteit, die jij identificeert met behulp van zijn eigen naam. Daarmee houw je het uit de eenheid los. Daarmee markeer je zijn bijzondere kenmerken en zonder je het van andere dingen af door de ruimte eromheen te benadrukken. Deze ruimte zet jij tussen alle dingen die je elk van een andere naam voorziet, alle gebeurtenissen die je uitdrukt in termen van plaats en tijd, alle lichamen die je met een naam begroet. 

 

De Cursus laat ons de keuze zien die wij steeds weer maken.

 

Wijd vandaag je oefenperioden aan een zorgvuldig doorzoeken van je denkgeest, om de dromen te vinden die je nog steeds koestert. Waar vraag jij in je hart om? Vergeet de woorden die jij gebruikt om je verzoeken te doen. Let alleen op wat jij gelooft dat jou troost zal verschaffen en geluk zal brengen. Maar verlies niet de moed vanwege hardnekkige illusies, want hun vorm doet er nu niet toe. Laat sommige dromen niet méér acceptabel zijn, terwijl je schaamte en geheimhouding reserveert voor andere. Ze zijn een en hetzelfde. En omdat ze een en hetzelfde zijn, zou één vraag aan alle dromen moeten worden gesteld: ‘Is dit wat ik hebben wil, in plaats van de Hemel en de vrede van God?’ 

 

En geeft ons daarbij duidelijkheid.

 

Waarom wachten op de Hemel? Zij die het licht zoeken bedekken slechts hun ogen. Het licht is nú in hen. Verlichting is slechts een herkenning, en allerminst een verandering. Het licht is niet van deze wereld, maar ook jij die het licht in je draagt bent hier een vreemde. Het licht kwam met jou mee vanuit je geboortehuis en is bij je gebleven, omdat het jou eigen is. Het is het enige wat jij met je meebrengt van Hem die jouw Oorsprong is. Het straalt in jou, omdat het je huis verlicht, en leidt je terug naar waar het vandaan gekomen is en waar jij thuis bent.

 

Niet langer hoeven wij ons zelf een weg te banen, als wij eenmaal aanvaarden dat het God is die ons hier de hand reikt.

 

Vader, wij kennen de weg naar U niet. Maar we hebben geroepen en U heeft ons geantwoord. We zullen geen hindernissen opwerpen. De wegen der verlossing zijn niet de onze, want ze behoren U toe. En we wenden ons tot U om die te vinden. Onze handen zijn open om Uw gaven te ontvangen. We hebben geen gedachten die we los van U denken, en koesteren geen overtuigingen over wat we zijn of Wie ons geschapen heeft. Uw weg is het die wij willen vinden en volgen. En we vragen louter dat Uw Wil, die ook de onze is, geschiede in ons en in de wereld, opdat zij nu een deel van de Hemel wordt. Amen.

 

Vergeving blijft daarbij het middel waarmee wij ons van onze illusies bevrijden.

 

Daarom heb je een functie in de wereld in haar eigen termen. Want wie kan een taal begrijpen die zijn eenvoudig begrip verre te boven gaat? Vergeving vertegenwoordigt jouw functie hier. Ze is niet Gods schepping, want ze is het middel waarmee onwaarheid ongedaan kan worden gemaakt. En wie zou aan de Hemel vergeving willen schenken? Maar op aarde heb je het middel nodig om illusies los te laten. De schepping wacht louter op jouw terugkeer om te worden erkend, niet om compleet te zijn.

 

Maar wij zullen moeten leren om dit middel te gebruiken.

 

Vergeef, en je zult dit anders zien.

Dit zijn de woorden die de Heilige Geest spreekt in al je beproevingen, al je pijn, elk lijden ongeacht de vorm. Dit zijn de woorden waarmee de verleiding ophoudt en de schuld, nu losgelaten, niet langer wordt vereerd. Dit zijn de woorden die een eind aan de droom van zonde maken en de denkgeest bevrijden van angst. Dit zijn de woorden waardoor verlossing tot heel de wereld komt.

 

En zo uit te komen bij het probleem en haar oplossing.

 

Nu wordt er een ogenblik lang een moordenaar binnenin jou waargenomen, op jouw dood belust en vastbesloten straf voor jou te beramen, tot het moment dat hij eindelijk doden kan. Maar in dat ogenblik ligt tevens het moment waarop verlossing komt. Want de angst voor God is verdwenen. En je kunt Hem vragen om jou door Zijn Liefde van illusies te verlossen, terwijl je Hem Vader noemt en jouzelf Zijn Zoon. Bid dat het ogenblik er snel mag zijn,–vandaag. Stap weg van de angst en kom nader tot de liefde.

 

Het is uiteindelijk de angst voor God die ons voor onze aanvaarding behoedt. Maar nu die eenmaal is gezien en daarmee opgelost, wordt het ook weer mogelijk om onze eigen werkelijkheid te aanvaarden.

 

Vrijheid is absoluut onmogelijk, zolang jij een lichaam als jouzelf beschouwt. Het lichaam is een beperking. Wie in een lichaam naar vrijheid zoekt, zoekt die waar ze niet kan worden gevonden. De denkgeest kan worden bevrijd wanneer die zichzelf niet langer als in een lichaam ziet, hecht daaraan gebonden en door de aanwezigheid ervan beschut. Was dit de waarheid, dan zou de denkgeest inderdaad kwetsbaar zijn!

 

En zo weer helder te worden over het volgende.

 

Zoek niet verder. Je zult geen andere vrede vinden dan de vrede van God. Aanvaard dit feit en bespaar jezelf de kwelling van verdere bittere teleurstellingen, sombere wanhoop en een gevoel van ijzige hopeloosheid en twijfel. Zoek niet verder. Er valt voor jou niets anders te vinden dan de vrede van God, tenzij je zoekt naar ellende en pijn.


Het ego wordt niet overwonnen. Het lost gewoon op in het moment dat wij kiezen voor de Heilige Geest en ook niet meer op die keuze terug komen. Aanvaarding van ons ware doel - de vrede van God - maakt deze keuze mogelijk. De daadwerkelijke ervaring van dit doel zal onze keuze maken. Maar er zal zeker nog enige tijd verstrijken, voordat wij ook niet meer op deze keuze terug zullen komen. In die tijd zullen wij zeker ook meer ervaring opdoen met ons doel. Maar er zullen ook nog vele momenten zijn, waarin dit doel weer verder weg lijkt dan ooit te voren.

 

Dit kan soms leiden tot een ongenoegen, want nu de vrede van God eenmaal is ervaring, ervaren wij de momenten waarin onze vrede wordt verstoord, intenser. Maar het is juist deze bewustwording van onze onvrede die ons aanspoort en laat doorzetten tot dat wij ook finaal voor de vrede van God zullen kiezen. Van daaraf zullen wij niet langer voor het ego kiezen en zullen wij onze denkgeest volledig openen voor het denksysteem van de Heilige Geest.

 

Zodoende staan wij nu open voor het verwerven van ware waarneming. Het doel waar deel II van het werkboek zich op richt.