· 

ECIW Werkboek 3. Wat is de wereld? (241 - 250)

Inzicht in Een cursus in wonderen Werkboek

1. Wat is de wereld? (241 - 250)



1. De wereld is onjuiste waarneming. Ze is uit dwaling voortgekomen en heeft haar bron niet verlaten. Ze zal niet langer blijven bestaan dan de gedachte die haar heeft voortgebracht wordt gekoesterd. Wanneer de gedachte van afgescheidenheid gewijzigd is in een van ware vergeving, zal de wereld in een heel ander licht worden gezien, een dat tot de waarheid leidt, waarin heel de wereld met al haar dwalingen zal verdwijnen. Nu is haar bron verdwenen en zijn haar gevolgen dat eveneens.

 

2. De wereld werd gemaakt als een aanval op God. Ze symboliseert angst. En wat is angst anders dan de afwezigheid van Liefde? De wereld was aldus bedoeld als een plaats waar God niet binnen kon gaan en waar Zijn Zoon van Hem gescheiden kon zijn. Hier werd waarneming geboren, want kennis zou dergelijke waanzinnige gedachten niet kunnen voortbrengen. Maar ogen bedriegen en oren horen onjuist. Nu worden vergissingen alleszins mogelijk, omdat er geen zekerheid meer is.

 

3. In plaats daarvan zijn de mechanismen van illusie ontstaan. En die gaan nu vinden wat hun gegeven werd te zoeken. Hun oogmerk is te beantwoorden aan het doel waartoe de wereld werd gemaakt om daarvan te getuigen en dat tot werkelijkheid te maken. Zij zien in haar illusies niets dan een solide basis waarin waarheid bestaat, instandgehouden los van leugens. Maar alles waarvan ze melding maken is slechts een illusie die gescheiden wordt gehouden van de waarheid.

 

4. Waar het zien werd gemaakt om van de waarheid weg te leiden, kan het ook opnieuw worden gericht. Geluiden worden de roep om God, en aan alle waarneming kan een nieuw doel worden gegeven door Degene die God als Verlosser van de wereld heeft aangesteld. Volg Zijn licht en zie de wereld zoals Hij die beziet. Hoor alleen Zijn Stem in alles wat tot jou spreekt. En laat Hij jou de vrede en zekerheid schenken die jij hebt weggegooid, maar die de Hemel voor jou in Hem heeft bewaard.

 

5. Laten we niet voldaan rusten voordat de wereld zich bij onze veranderde waarneming aangesloten heeft. Laten we niet tevreden zijn voordat vergeving totaal is gemaakt. En laten we niet proberen onze functie te wijzigen. Wij moeten de wereld verlossen. Want wij die haar gemaakt hebben, moeten haar door de ogen van Christus zien, opdat wat gemaakt was om te sterven tot eeuwig leven kan worden hersteld.


God heeft de wereld niet gemaakt. De wereld (en het hele universum) is ontsprongen uit de gedachte dat wij afgescheiden zijn. Van daaruit is ook onze waarneming ontstaan. Maar deze waarneming draagt tot doel te bewijzen dat de afscheiding werkelijk is.

 

Een cursus in wonderen in ons gegeven om deze 'werkelijkheid' te doorzien en zo weer te komen tot haar oorsprong. Daar ligt het begin van ruimte en tijd, maar ook onze verlossing van al deze illusies. Daar wordt de gedachte van afscheiding vergeven. In onze ervaring vormt dit onze aanvaarding van de verzoening met God. Deze ervaring lijkt zich in de tijd uit te strekken.

 

In werkelijkheid behoren tijd en ruimte echter tot dezelfde illusie, dus uiteindelijk zal ook het besef van tijd en ruimte oplossen. Zodoende zal nadat de verzoening compleet is aanvaard door de gehele 'éne' denkgeest, geen herinnering meer resteren aan een tijd waarin wij dachten dat wij waren afgescheiden van God.

 

De wereld zal dit proces weerspiegelen, want vanaf het moment dat wij voor de verzoening kiezen en ons laten leiden door de Heilige Geest, wordt onze waarneming niet meer gebruikt om te bewijzen dat de afscheiding werkelijk is. Nu zal onze waarneming onze heling gaan weerspiegelen en uiteindelijk op gaan in de waarheid.


Lessen


De lessen bij de vraag: Wat is de wereld? leiden ons uit illusies tot te waarheid. Zij brengen ons in herinnering dat niet door het uiterlijk wordt bepaald en alles slechts een weergave is van een innerlijke toestand, die nu (nog) niet gelijk is aan onze hemelde (denk) staat.

 

Zonder oordeel over wat er buiten ons lijkt te gebeuren, keert onze aandacht weer terug naar binnen, waar zij zo de vrede ervaart. Nu ontstaat het vermogen om alles dat staat voor onze verzoening, onze innerlijke overtuigingen die nog voor de gedachte van afscheiding staan, te vergeven. Zo wordt onze denkgeest bevrijdt van onwaarheid, waardoor de noodzaak voor aanval en verdediging begint te wijken en plaats maakt voor onze hereniging met onze ware aard.

 

Laat ik mezelf niet zien als beperkt, roept ons al laatste op om de wil van God als onze eigen wil te herkennen. Met die herkenning zullen alle beelden die wij zelf voor ons zelf hebben gevormd, niet lang meer ons geloof behouden. Met het terugtrekken van dat geloof in illusies, zullen ze vanzelf oplossen, doordat ze niet meer door ons worden gevoedt.


Het gebed van de lessen:

 

We hebben elkaar nu vergeven en zo komen we ten langen leste weer tot U. Vader, Uw Zoon, die nooit is weggegaan, keert terug naar de Hemel en naar zijn thuis. Wat zijn we blij nu we onze innerlijke gezondheid herkregen hebben en dat we ons herinneren dat wij allen één zijn.

 

En dus geven we deze dag aan U. We komen met een volkomen open denkgeest. We vragen niet om iets dat wij misschien denken te verlangen. Geef ons wat U wilt dat wij ontvangen. U kent al onze wensen en behoeften. En U zult ons alles geven wat we behoeven om ons te helpen de weg te vinden naar U.

 

Vader, vandaag laat ik de schepping vrij om zichzelf te zijn. Ik eer al haar onderdelen, waarin ik inbegrepen ben. Wij zijn één omdat elk deel de herinnering van U bevat, en de waarheid wel als één in ieder van ons moet stralen.

 

Uw Zoon is veilig waar hij ook mag zijn, want U bent daar bij hem. Hij hoeft Uw Naam slechts aan te roepen en hij zal zich zijn veiligheid en Uw Liefde herinneren, want die zijn één. Hoe kan hij bang zijn of twijfelen of vergeten dat hij niet kan lijden, in gevaar kan worden gebracht of zich ongelukkig voelen, wanneer hij U toebehoort, geliefd en liefdevol, in de veiligheid van Uw Vaderlijke omarming?

 

Uw vrede omringt me, Vader. Waar ik ga, vergezelt Uw vrede mij. Zij werpt haar licht op ieder die ik ontmoet. Ik breng haar naar hen die diepongelukkig, die eenzaam en die angstig zijn. Ik schenk Uw vrede aan hen die pijn lijden, of treuren om een verlies, of denken dat ze van hoop en geluk zijn beroofd. Stuur hen naar mij, mijn Vader. Laat mij Uw vrede met me meedragen. Want ik wil Uw Zoon verlossen, zoals dat Uw Wil is, opdat ik mijn Zelf weer herkennen zal.

 

Ik zal de weg aanvaarden die U, mijn Vader, voor mij kiest om tot U te komen. Want daarin zal ik slagen, het is immers Uw Wil. En ik wil inzien dat wat U wilt evenzeer is wat ik wil, en niets dan dat. En dus kies ik ervoor te houden van Uw Zoon. Amen.

 

Zo wil ik vandaag iedereen bezien. Mijn broeders zijn Uw Zonen. Uw Vaderschap heeft hen geschapen en hen allen aan mij gegeven als deel van U, en ook van mijn eigen Zelf. Vandaag eer ik U in hen en hoop zo deze dag mijn Zelf te herkennen.

 

Vader, mijn aloude liefde voor U keert terug en laat me ook Uw Zoon weer liefhebben. Vader, ik ben zoals U mij geschapen hebt. Nu herinner ik me Uw Liefde alsook de mijne. Nu begrijp ik dat die één zijn.

 

Vader, we willen onze denkgeest aan U teruggeven. We hebben die verraden, hem in een klem van bitterheid vastgezet en hem angst aangejaagd met gedachten over geweld en dood. Nu willen we opnieuw in U rusten, zoals U ons geschapen hebt.

 

Hij is Uw Zoon, Vader. En vandaag wil ik zijn goedheid zien in plaats van mijn illusies. Hij is wat ik ben, en zoals ik hem zie, zie ik mezelf. Vandaag wil ik waarlijk zien, opdat ik me op deze dag eindelijk met hem kan vereenzelvigen.