ECIW Werkboek 14. Wat ben ik? (351 - 360)

Inzicht in Een cursus in wonderen Werkboek

14. Wat ben ik? (351 - 360)



1. Ik ben Gods Zoon, compleet, genezen en heel, stralend in de weerspiegeling van Zijn Liefde. In mij is Zijn schepping geheiligd en van eeuwig leven verzekerd. In mij is de liefde vervolmaakt, angst onmogelijk en vreugde gegrondvest zonder tegendeel. Ik ben de heilige woning van God Zelf. Ik ben de Hemel waar Zijn Liefde huist. Ik ben Zijn heilige Zondeloosheid zelf, want in mijn zuiverheid woont de zijne.

 

2. Nu hebben we bijna geen woorden meer nodig. Maar in de laatste dagen van dit ene jaar dat wij samen, jij en ik, aan God geschonken hebben, vonden we één doel dat we deelden. En zo heb jij je met mij verenigd, dus wat ik ben, ben jij eveneens. De waarheid omtrent wat wij zijn is niet in woorden uit te drukken of te beschrijven. Maar onze functie hier kan ons duidelijk worden, en woorden kunnen hiervan spreken en die ook onderwijzen, als we zelf een toonbeeld van die woorden zijn.

 

3. Wij zijn de brengers van verlossing. We aanvaarden onze rol als verlossers van de wereld, die door onze gezamenlijke vergeving wordt verlost. En dit geschenk van ons wordt daarom aan ons gegeven. We zien ieder als broeder en beschouwen alles als vriendelijk en goed. We zijn niet uit op een functie die voorbij de Hemelpoort ligt. Kennis zal terugkeren, wanneer we ons aandeel hebben vervuld. Wij bekommeren ons enkel om het verwelkomen van de waarheid.

 

4. Onze ogen zijn het waardoor de visie van Christus een wereld ziet die verlost is van elke gedachte aan zonde. Onze oren zijn het die de Stem namens God horen verkondigen dat de wereld zonder zonde is. Onze denkgeesten zijn het die zich met elkaar verenigen wanneer wij de wereld zegenen. En vanuit de eenheid die we hebben bereikt, roepen we al onze broeders op en vragen hen onze vrede te delen en onze vreugde compleet te maken.

 

5. Wij zijn de heilige boodschappers van God die namens Hem spreken, en omdat we Zijn Woord uitdragen aan ieder die Hij tot ons gezonden heeft, ontdekken we dat het in ons hart geschreven staat. En zo zijn we van gedachten veranderd over het doel waarvoor we kwamen en dat we proberen te dienen. We brengen een blijde boodschap naar de Zoon van God, die dacht dat hij leed. Nu is hij verlost. En nu hij de Hemelpoort voor hem ziet openstaan, zal hij binnengaan en verdwijnen in het Hart van God.


Onze werkelijkheid is in eenheid met God. Deze eenheid kan nooit verdwijnen, maar wel worden vergeten, waardoor het lijkt dat zij verdwenen is. Maar wat vergeten is kan ook weer worden herinnerd. Het is deze herinnering waar al het leren van Een cursus in wonderen zich op richt.

 

De vraag: Wat ben ik? stelt ons open om onze eigen overtuigingen los te laten en in plaats daarvan weer zicht te krijgen op wat nog steeds in ons aanwezig is. Dit vraagt echter wel dat wij de vraag stellen, maar ons vervolgens niet bezig houden met het antwoord. Anders vinden wij alleen maar weer een nieuwe eigen invulling. De stille tijd waar menig les toe op roept heeft slechts tot doel om voorbij de eigen gedachten te reiken. Voorbij alle illusies, zullen wij zo weer de waarheid bereiken.


Lessen


De lessen bij de vraag Wat ben ik? richten zich erop om ons tot aan de Christus in ons te leiden. Onze ervaring hierbij heeft tot doel om ons te laten zien dat er geen verschil is tussen Christus en ons zelf. Dat er maar één is. Nu volgt er een tijd van hereniging, waarbij wij soms nog even afstand zullen nemen om dan weer terug te keren. Hereniging en vereniging kost in onze ervaring tijd, doordat het wordt ervaren als een afstand die moet worden overbrugd. Natuurlijk is dit slechts een ervaring.

 

In werkelijkheid is er nooit een afstand geweest tussen ons en ons Zelf en tussen ons Zelf en God. Maar in ervaring kost het wel tijd om onze gekluisterde denkgeest van het geloof in afscheiding te bevrijden. Het zij zo. Wees in vrede in het besef van de goede afloop van deze reis. Koester het vertrouwen dat onze Gids ons goed zal leiden. Verheug je al vast op het gegeven dat onze eenheid nooit gewijzigd of verdwenen was.


Het gebed van de lessen:

 

Wie anders is mijn broeder dan Uw heilige Zoon? En als ik hem als zondig zie, verklaar ik mezelf tot zondaar, niet een Zoon van God; alleen en zonder vrienden in een beangstigende wereld. Maar deze zienswijze is een keuze die ik maak en die ik los kan laten. Ik kan mijn broeder ook als zondeloos zien, als Uw heilige Zoon. En met deze keuze zie ik mijn eigen zondeloosheid, mijn eeuwige Trooster en Vriend aan mijn zijde, en mijn weg veilig en duidelijk. Kies dan voor mij, mijn Vader, door middel van Uw Stem. Want Hij alleen oordeelt in Uw Naam.

 

Vergeving ziet alleen zondeloosheid en oordeelt niet. Zo kom ik tot U. Een oordeel zal me blinddoeken en blind maken. Maar liefde, hier in vergeving weerspiegeld, herinnert me eraan dat U me een manier gegeven hebt om opnieuw Uw vrede te vinden. Ik word verlost wanneer ik verkies deze weg te volgen. U hebt me niet zonder troost achtergelaten. Ik draag in mij zowel de herinnering van U, als Iemand die me daarheen leidt. Vader, ik wil vandaag Uw Stem horen en Uw vrede vinden. Want ik wil mijn eigen Identiteit liefhebben, en daarin vinden de herinnering van U.

 

Vader, ik geef vandaag al het mijne aan Christus, om het op elke manier te gebruiken die het best het doel dient dat ik met Hem deel. Niets is van mij alleen, want Hij en ik hebben een gemeenschappelijk doel. Zo is de leerweg bijna tot zijn vastgestelde eind gekomen. Een tijd werk ik met Hem om Zijn doel te dienen. Dan verlies ik mezelf in mijn Identiteit, en besef dat Christus niets anders is dan mijn Zelf.

 

Mijn eenheid met de Christus bevestigt mij als Uw Zoon, buiten het bereik van tijd en volkomen vrij van elke wet behalve die van U. Ik heb geen ander zelf dan de Christus in mij. Ik heb geen ander doel dan het Zijne. En Hij is zoals Zijn Vader. Daarom moet ik zowel één zijn met U als met Hem. Want wie is Christus anders dan Uw Zoon zoals U Hem geschapen hebt? En wat ben ik anders dan de Christus in mij?

 

Waarom zou ik wachten, mijn Vader, op de vreugde die U mij hebt beloofd? Want U zult Uw Woord houden dat U Uw Zoon in ballingschap gegeven hebt. Ik ben er zeker van dat mijn schat op mij wacht, en ik alleen mijn hand hoef uit te strekken om hem te vinden. Zelfs nu raken mijn vingers hem aan. Hij is heel dichtbij. Ik hoef geen ogenblik langer te wachten om voor eeuwig in vrede te zijn. Voor U kies ik, en samen met U voor mijn Identiteit.

 

Uw Zoon wil graag Zichzelf zijn en U kennen als zijn Vader, zijn Schepper en zijn Geliefde.

Vader, U hebt beloofd dat U nooit zou verzuimen een beroep te beantwoorden dat Uw Zoon op U zou doen. Het doet er niet toe waar hij is, wat zijn probleem lijkt te zijn, noch wat hij gelooft dat hij geworden is. Hij is Uw Zoon en U zult hem antwoorden. Het wonder weerspiegelt Uw Liefde en zodoende antwoordt het hem. Uw Naam vervangt elke gedachte aan zonde, en wie zonder zonde is kan geen pijn lijden. Uw Naam geeft Uw Zoon antwoord, want Uw Naam aanroepen is niets anders dan de zijne aanroepen.

 

Vergeving, de weerspiegeling van de waarheid, vertelt me hoe ik wonderen kan schenken en zo uit de gevangenis kan ontsnappen waarin ik meen te leven. Uw heilige Zoon wordt me aangewezen, eerst in mijn broeder, dan in mijzelf. Geduldig leert Uw Stem me Uw Woord te horen, en te geven zoals ik ontvang. En als ik vandaag naar Uw Zoon kijk, hoor ik Uw Stem die me leert hoe ik de weg naar U kan vinden zoals U die hebt vastgesteld: ‘Zie zijn zondeloosheid en wees genezen.'

 

Alleen U, die Zich herinnert wat ik werkelijk ben, herinnert Zich wat ik werkelijk wens. U spreekt namens God en dus spreekt U namens mij. En wat U me geeft komt van God Zelf. Uw Stem, Vader, is dan ook de mijne, en al wat ik wens is wat U me biedt, in precies de vorm waarin U verkiest dat het het mijne is. Laat me alles herinneren wat ik niet weet, en laat mijn stem verstommen wanneer ik me dat herinner. Maar laat me Uw Liefde en zorg niet vergeten, en me altijd bewust zijn van Uw belofte aan Uw Zoon. Laat me niet vergeten dat mijn zelf niets is, maar dat mijn Zelf alles is.

 

Vader, vandaag zullen we Uw wereld vergeven en de schepping van U laten zijn. Wij hebben alles verkeerd begrepen. Maar we hebben geen zondaars gemaakt van de heilige Zonen van God. Wat U zondeloos geschapen hebt, blijft zo voor eeuwig en altijd. Zo zijn wij. En we zijn blij te ontdekken dat we vergissingen hebben gemaakt die geen werkelijke uitwerking op ons hebben. Zonde is onmogelijk, en met dit feit rust vergeving op een betrouwbare basis, die steviger is dan de schaduwwereld die wij zien. Help ons vergeven, want we willen worden verlost. Help ons vergeven, want we willen in vrede zijn.

 

Vader, het is Uw vrede die ik wil geven, zoals ik die van U ontvang. Ik ben Uw Zoon, voor eeuwig precies zoals U mij geschapen hebt, want de Grote Stralen verblijven eeuwig stil en onverstoord in mij. Ik wil in stilte en in zekerheid naar ze reiken, want nergens anders kan zekerheid worden gevonden. Vrede zij met mij, en vrede zij met heel de wereld. In heiligheid werden we geschapen en in heiligheid blijven we. Uw Zoon is Uw evenbeeld in volmaakte zondeloosheid. En met deze gedachte zeggen we vol blijdschap: ‘Amen’.