· 

2019-09 ECIW studiegroep reflectie




Toen ik begon met mijn studie van Een cursus in wonderen, was ik voor even zonder werk, maar dankzij een afkoopsom vanuit een reorganisatie ook even zonder financiële zorgen. Nadat ik voor de eerste keer met de lessen van het werkboek had geoefend, bevond ik mij op een soort roze wolk. Het was in die tijd dat ik een hoop nieuwe mensen mocht ontmoeten, die op hun manier bezig waren met ontwikkeling en vooral met leven buiten dat wat als normaal wordt gezien. Ik kwam in contact met Boudewijn, een Belg die vrijwillig dakloos was in Antwerpen. Wij maakten een afspraak dat ik hem in Antwerpen zou bezoeken. Zo kreeg ik Antwerpen vanuit een heel andere blik te zien.

 

Na twee dagen trekken door de stad onder leiding van mijn dakloze stadsgids, nam deze mij mee naar het dorp Doel. Dit dorp was door de overheid al geannexeerd voor een geplande havenuitbreiding, die als gevolg van de financiele crisis voor onbepaalde tijd was uitgesteld. In het dorp woonden nog enkele verstekelingen die de hoop koesteren dat het dorp Doel, weer een ander doel kon krijgen dan de nu geplande sloop. Tijdens onze aanwezigheid was het de bedoeling dat wij enkele totempalen - gemaakt door een kunstenaar uit Ruigoord - zouden plaatsen. Herbij kregen wij ook hulp van een groep mensen die later op de dag met een camper verschenen. Uit die auto stapte op de dag een andere jongen uit Amersfoort, Iwanjka.

 

Toen ik de volgende ochtend vroeg op een bijzondere manier werd gewekt in mijn tentje, besloot ik om te gaan wandelen. Zo trof ik daar niet veel later bij de dijk, Iwanjka weer. We besloten om samen een stuk te gaan wandelen. Uiteindelijk werd dit een wandeling van drie uur, die ons vooral ruimte gaf om deel te worden van elkaars levensverhalen. Iwanjka had in 2008 als IT-er dicht bij de bron van de toen nog aankomende bankencrisis gestaan en was daar zo van geschokken dat hij werd gegrepen door grote zorgen en angst over de toekomst voor zijn gezin en zijn net aangekochte boerderij die hij aan het verbouwen was. Hij kwam, zoals hij het zelf later in een boek zou noemen, in een levensklem terecht die hem voor zijn beeld geen andere uitweg leek te bieden dan een poging tot zelfdoding. Verbaasd ontwakend in het ziekenhuis, werd hem snel duidelijk dat hij de dingen drastisch anders moest gaan doen en begon zo zijn weg, los van de gevestigde orde, status, en financiële afhankelijkheid, maar met een vrijheid voor ogen die ook tot mijn verbeelding sprak.

 

Toch bracht mijn pad mij na anderhalf jaar 'vrijheid' weer terug naar een baan op een plek die het zelfde was als die ik achter mij dacht te laten, voordat ik aan mijn studie van de Cursus, begon. Het duurde nog enige tijd, voordat ik begon te beseffen dat deze plek van wel het zelfde leek, maar dat niet meer was, doordat mijn blik op alles, inclusief dit werk, met dank aan de Cursus structureel was gewijzigd. Iwanjka, trof ik daarna nog een paar keer. Nog steeds leek hij voor mij het beeld te weerspiegelen van hoe vrijheid er uit kon zien, maar het was mij duidelijk dat dit niet mijn pad kon zijn. Ik moest eerst nog leren om vrede te vinden met het door de Cursus aan het eind van het werkboek benoemde, begin.


Werkboek lessen

De lessen van het afgelopen studieblok:



In deze afgelopen maand passeren wij met onze lessen de volgende vragen:

  

Wat is de wereld?

1. De wereld is onjuiste waarneming. Ze is uit dwaling voortgekomen en heeft haar bron niet verlaten. Ze zal niet langer blijven bestaan dan de gedachte die haar heeft voortgebracht wordt gekoesterd. Wanneer de gedachte van afgescheidenheid gewijzigd is in een van ware vergeving, zal de wereld in een heel ander licht worden gezien, een dat tot de waarheid leidt, waarin heel de wereld met al haar dwalingen zal verdwijnen. Nu is haar bron verdwenen en zijn haar gevolgen dat eveneens.

 

Wat is zonde?

1. Zonde is waanzin. Het is het middel waarmee de denkgeest tot waanzin wordt gedreven en probeert illusies de plaats te laten innemen van de waarheid. En in zijn waanzin ziet hij illusies waar de waarheid hoort te zijn, en waar die in werkelijkheid ook is. Zonde heeft het lichaam ogen gegeven, want wat is er dat de zondelozen zouden willen zien? Welke behoefte hebben zij aan beelden of geluiden of aanrakingen? Wat zouden ze willen horen of waar zouden ze naar willen grijpen? Wat zouden ze überhaupt zintuiglijk willen waarnemen? Zintuiglijk waarnemen is niet kennen. En de waarheid kan alleen met kennis zijn gevuld, en met niets anders.

 

Wat is het lichaam?

1. Het lichaam is een hek dat de Zoon van God zich verbeeldt te hebben neergezet om delen van zijn Zelf af te scheiden van andere delen. Binnen dit hekwerk denkt hij te leven, om te sterven als dat afbrokkelt en uiteenvalt. Want binnen dit hek denkt hij dat hij voor de liefde veilig is. Omdat hij zich vereenzelvigt met zijn veiligheid, beschouwt hij zichzelf als datgene wat zijn veiligheid uitmaakt. Hoe zou hij er anders zeker van kunnen zijn dat hij binnen het lichaam blijft en de liefde buiten houdt?

  

Wat is de Christus?

1. Christus is de Zoon van God zoals Hij Hem geschapen heeft. Hij is het Zelf dat wij delen, dat ons met elkaar verenigt, en tevens met God. Hij is de Gedachte die nog steeds woont in de Denkgeest die Zijn bron is. Hij heeft Zijn heilige woning niet verlaten, noch de onschuld verloren waarin Hij geschapen werd. Hij woont voor eeuwig onveranderd in de Denkgeest van God.

 

Nu nog meer besef ik mij hoe de Cursus in dit tweede deel met haar vragen, die staan voor de meest wezenlijke zaken rondom ons bestaan, ons helpt om al het aangeleerde te vergeven en weer open te staan voor het aanleren van een nieuw begrip. Alle zaken die zo zeker leken, maar slechts dienden om onze zelfmisleiding te voeden, krijgen nu een betekenis die dient voor onze bevrijding, ons ontwaken.

 

De zonde, gebruikt als argument voor onze veroordeling wordt geherinterpreteerd als een vergissing. Het lichaam, het fysieke bewijs van onze afscheiding en eenzaamheid, wordt van een gevangenis omgevormd tot een hulpmiddel voor onze communicatie. De Christus, de Zoon van God die altijd zo ver boven ons stond, wordt verinnerlijkt en neer gezet als ons ware Zelf en onze enige identiteit.

 

Voor onze denkgeest is dit alles deels ongrijpbaar. We betreden dan ook deel van het pad dat niet meer met begrip kan worden begaan, maar alleen met het vertrouwen dat wij daadwerkelijk onderweg zijn naar het huis dat ook ons thuis is.


Op facebook stuit ik opeens op een bericht van een jongen die ik door Iwanjka heb ontmoet. Zijn tekst doet mij vermoeden dat Iwanjka niet meer in leven is. Dit beeld laat mij niet meer los waardoor ik de dagen daarna op facebook blijf zoeken naar meer duidelijkheid. Die krijg ik uiteindelijk definitief in het bericht van Iwanjka's partner die openhartig schrijft over haar verdriet om dit verlies en iedereen bedankt voor alle warme woorden. Iwanjka was blijkbaar toch weer in een levensklem terecht gekomen.

 

Het is in deze dagen dat ik oefen met de vraag, Wat is het lichaam? en natuurlijk leert de Cursus ons keer op keer hoe wij anders kunnen kijken, maar dat lijkt mij nu, in dit geval, voor even niet te lukken. Gevoelens van verdriet, spijt, teleurstelling en onvermogen, blijven mijn denkgeest doorspoelen. Ik kan niet anders dan keer op keer de Heilige Geest om hulp te vragen en tegelijkertijd ook dit te delen met enkele studiegenoten. Ik kan er maar niet over uit dat dit zo blijft hangen totdat ik de Heilige Geest op een avond vraag om vrede te krijgen met de dood van Iwanjka.

 

De volgende ochtend sta ik op om vervolgens te gaan oefenen met les 267: Mijn hart klopt mee in de vrede van God.

 

Als ik enkele dagen later spreek met mijn studievriend, Jan en hem vertel over mijn worsteling, kom ik uiteindelijk in onze uitwisseling uit op het beeld dat ik van Iwanjka een idool had gemaakt. Hij was voor mij het beeld geworden dat vrijheid in deze wereld toch mogelijk is. Een verlangen dat blijkbaar in mijn denkgeest ook nog steeds aanwezig was. Het verdriet dat ik voelde werd dan ook grotendeels bepaald door het sterven van dit verlangen.

 

Vrijheid in een wereld die nog steeds als werkelijk wordt gezien, is geen echte vrijheid en kan dus ook nooit stand houden. Les 272. Hoe kunnen illusies Gods Zoon voldoening schenken? is een oefening met een vraag die bedoeld is om deze verlangens naar de oppervlakte te brengen. Elk verlangen om in deze wereld ware vrijheid en waar geluk te vinden, is een verlangen dat door het ego zeker worden gestimuleerd, omdat het garant staat voor verdriet, spijt, teleurstelling en onvermogen.

 

Het is aan ons om te leren en ons te openen voor het beeld dat alleen waarheid ons werkelijk gelukkig zal maken. Het is aan ons om te kiezen en zo in dit proces onze verlangens te vergeven. Deze verlangens leiden ons alleen maar naar een zekere dood, maar wij zijn nu hier om te kiezen voor het leven.

 

De stilheid van Gods vrede is mijn deel.