· 

2020-10 ECIW studiegroep reflectie




Als er iets mis in gegaan in mijn werk, komt de grote vraag, wiens fout is dit? om niet te lang vast te blijven zitten in deze discussie met mijn manager, zeg ik gewoon, het is mijn fout. Niet veel later wordt ik mij bewust van een gedichtenstroom in mijn denkgeest die geen vrede heeft met deze uitspraak. Er worden argumenten aangevoerd, om mij te verdedigen. Er worden andere schuldigen aangewezen die zeker of misschien nog wel meer schuld dragen. Er komen gedachten over mogelijk gevolgen. Een slechte beoordeling, ontslag. Al die tijd worden alle verdedigingen, beschuldigingen en angstgedachten innerlijk afgeweerd met tegen argumenten en met het uiteindelijke besluit dat het mij allemaal niet uit maakt.

 

De gedichtenstroom komt echter niet tot stilstand en dan zie ik hoe ik vanuit een oud patroon mij terug trek in mijn denkgeest in een soort van ommuurde plek, om maar niet meer te worden geconfronteerd met deze gedachten. Ik zoek stilte, vrede, maar merk al snel dat deze ommuurde plek, mij een zeer gedeprimeerd gevoel begint te geven. Het blijft vreemd om van een afstand bekeken dat ik hier kies om zelf een gevangenis te betrekken. Ja, misschien dan deprimerend, omdat ik hier totaal afgescheiden ben, maar beschermd deze gevangenis mij ook van alle onrustige gedachten die nu in mijn denkgeest rondtrekken.

 

De volgende avond leg ik dit alles voor aan een mede-student. Ik beschrijf het voorval, de opkomende gedichtenstroom, en routine matige terugtrekking in de innerlijke gevangenis en terwijl ik dit doe blijf ik ook naar binnen kijken. Ik spreek uit dat ik niet zit te wachten op de gedachten, maar dat ik ook geen behoefte meer heb aan mijn deprimerende reactie. Waar is hier vrede, is de vraag? Dan wordt ik mij bewust van een nog duister gebied dat lijkt te zien doordrenkt door verdriet, woede en angst. Als ik naar dit gebied blijf kijken wordt het minder substantieel en krijg ik opeens te zien, dat er licht achter staat. Ik hoef nu slechts te blijven kijken om te zien dat de duisternis vertrekt en daarmee plaats maakt voor een diepe vrede.

 

De volgende dag vind ik meteen bekrachtiging voor deze ervaring in de les: 299. Eeuwige heiligheid woont in mij om niet veel later nog beter te kunnen zien: 302. Waar duisternis was, zie ik het licht.

 


Werkboek lessen

De lessen van het afgelopen studieblok:



Mijn dankbaarheid voor deze Cursus groeit - ook na ruim acht jaar oefenen - nog steeds. Ook nu weer ben ik opnieuw verrast door de prachtige opbouw van dit tweede deel met haar centrale vragen die van een afstand gezien een volstrekt logische volgorde kennen.

 

Zo oefenen wij in deze afgelopen maand de lessen die betrekking hebben op de volgende vragen:

 

Wat is de Christus?

1. Christus is de Zoon van God zoals Hij Hem geschapen heeft. Hij is het Zelf dat wij delen, dat ons met elkaar verenigt, en tevens met God. Hij is de Gedachte die nog steeds woont in de Denkgeest die Zijn bron is. Hij heeft Zijn heilige woning niet verlaten, noch de onschuld verloren waarin Hij geschapen werd. Hij woont voor eeuwig onveranderd in de Denkgeest van God

 

Wat is de Heilige Geest?

1. De Heilige Geest bemiddelt tussen illusies en de waarheid. Aangezien Hij de kloof tussen werkelijkheid en dromen moet overbruggen, leidt waarneming tot kennis dankzij de genade die God Hem gegeven heeft, als Zijn geschenk aan ieder die zich voor de waarheid tot Hem wendt. Over de brug waarin Hij voorziet worden alle dromen tot de waarheid gebracht, om ten overstaan van het licht van de kennis te worden verdreven. Daar worden beelden en geluiden voor eeuwig terzijde gelegd. En waar die tevoren werden waargenomen, heeft vergeving een vredig einde van alle waarneming mogelijk gemaakt.

 

Wat is de werkelijke wereld?

1. De werkelijke wereld is een symbool, zoals al het overige wat waarneming te bieden heeft. Toch staat ze voor iets wat tegengesteld is aan wat jij hebt gemaakt. Jouw wereld wordt gezien door ogen vol angst en levert je denkgeest de bewijzen van verschrikking. De werkelijke wereld kan alleen waargenomen worden met ogen die door vergeving zijn gezegend, zodat ze een wereld zien waarin verschrikking onmogelijk is en bewijzen voor angst niet kunnen worden gevonden.

 

Wat is de Wederkomst?

1. De Wederkomst van Christus, die zo zeker is als God Zelf, is niets dan de correctie van vergissingen en de terugkeer van innerlijke gezondheid. Ze maakt deel uit van de toestand die terugbrengt wat nooit verloren was, en opnieuw bekrachtigd wat voor eeuwig en altijd waar is. Het is de uitnodiging aan Gods Woord om de plaats van illusies in te nemen, de bereidwilligheid om vergeving op alles te laten rusten, zonder uitzondering en zonder voorbehoud.

  

Nadat wij zo dus mogen zien wat de Christus is, krijgen wij de hand gereikt van de Heilige Geest die ons met zijn oefening brengt naar de werkelijke wereld, alwaar wij de wederkomst mogen vieren van een toestand van onze denkgeest waarin de Christus zonder weerstand wordt welkom geheten. Want dit blijft een gegeven.

 

De Cursus dwingt ons nooit, maar nodigt ons weer steeds op nieuw uit om onze ogen te sluiten voor de wereld die wij hebben gemaakt, door onze ogen te openen voor de werkelijke wereld die ons door God gegeven is als middel voor ontwaken.

Er is hier niets dat ons kwaadwillig wakker schud. Hier is slechts de vraag of wij zelf bereidwillig zijn om onze stappen te zetten voor het open van onze denkgeest voor het denksysteem van de Heilige Geest.

 

Met het vermogen om altijd weer terug te gaan, bepalen wij slechts de tijd die het vraagt om deze Cursus te leren en daarmee ons ware Zelf te ontdekken.


Toen ik de eerste keer uit kwam bij de lessen over de visie van Christus ontstond in mij een soort verwachting dat ik deze visie zomaar pardoes zou kunnen ontvangen van de Heilige Geest. Ik kreeg een beeld van een soort van bril die ik zou ontvangen waarmee ik vanaf het moment dat ik hem zou gebruiken direct met andere ogen naar de wereld kon kijken. Ik bad de Heilige Geest om dit geschenk, maar vraag mij nu nog wel eens af of ik het ook wel werkelijk wilde ontvangen. Het is nog al wat om opeens een andere wereld te zien dan ik tot dan toe gewend was, en waar ik misschien ook nog wel aan was verbonden of verknocht.

 

Inmiddels is mijn begrip al meer doordrongen en kijk ik nu met een kleine glimlach terug op dit eerste beeld dat ik zo kreeg van de visie van Christus. Ik kan nu zien dat er geen enkele reden meer is om te bidden tot de Heilige Geest voor het ontvangen van de visie van Christus, want ik heb hem al lang gekregen. Ik lees er elke dag in en studeer aan de hand van haar lessen, want, dat durf ik wel te zeggen, de Cursus is en staat dus voor de visie van Christus.

 

De Cursus heeft ook niet tot doel om een of andere magische oplossing te geven. Een soort van roze bril die kan worden gebruikt om al het duister er ten minste nog een beetje vrolijk uit te laten zien. Nee, de Cursus is bedoeld om ons bekend te maken met het denksysteem van de Heilige Geest - de visie - en toont ons tegelijkertijd ook wat het ons kost als wij blijven kiezen voor het denksysteem van het ego. Zodoende leer ik dus ook meer en meer dat wat het ego mij steeds aan biedt, niet mijn wil kan zijn. En ik leer ook meer en meer dat ik werkelijk slechts verlang om God weer in mijzelf te herkennen.

 

Mijn oefening blijft hierbij dan ook gericht op het onderkennen van de nog aanwezige blokkades die ik inmiddels met steeds minder weerstand durf te verwegen aan de Heilige Geest. Het licht doemt inmiddels op achter de nog aanwezige innerlijke duisternis, wat mij slechts laat zien dat ik werkelijk niets te verliezen heb, in de verlossing die de Cursus mij dagelijks biedt.

 

1. Wie louter de visie van Christus aanwendt, vindt een vrede zo diep en stil, zo onverstoorbaar en totaal onveranderlijk, dat de wereld daarvoor geen tegenhanger bevat. Vergelijkingen verstommen ten overstaan van deze vrede. En heel de wereld gaat in stilte heen wanneer deze vrede haar omhult en haar met zachtheid naar de waarheid voert, niet langer nu de woonplaats van de angst. Want liefde is gekomen en heeft de wereld genezen door haar de vrede van Christus te geven.